57

Economen in ontkenning

LONDEN – Begin vorige maand weet Andy Haldane, hoofdeconoom van de Bank of England (BoE), het niet uitkomen van de recente voorspellingen van de bank aan “irrationeel gedrag”. Het onvermogen om de vinger te leggen op deze irrationaliteit had beleidsmakers ertoe gebracht te voorspellen dat de Britse economie met een inzinking te maken zou krijgen na het Brexit-referendum van juni vorig jaar. In plaats daarvan zijn de Britse consumenten zich sinds het besluit om de Europese Unie te verlaten juist te buiten gegaan aan een roekeloos uitgavenpatroon; de bouw, de maakindustrie en dienstensector hebben zich eveneens, op niet minder onlogische wijze, hersteld.

Haldane biedt geen verklaring voor deze uitbarsting van irrationeel gedrag, en dat kan hij ook niet: volgens hem houdt irrationaliteit eenvoudigweg gedrag in dat niet overeenstemt met de voorspellingen die voortvloeien uit het model van de BoE.

Het gaat niet alleen om Haldane of de BoE. Wat mainstream-economen bedoelen met irrationeel gedrag is niet hetzelfde wat u of ik bedoelen. In het gewone taalgebruik is rationeel gedrag dat wat gezien de omstandigheden redelijk is. Maar in de wereld van de neoklassieke voorspellende modellen betekent het dat mensen, uitgerust met gedetailleerde kennis over zichzelf, hun omgeving en de toekomst die hen te wachten staat, optimaal zullen handelen om hun doeleinden te bereiken. Dat wil zeggen: rationeel handelen is handelen op een manier die overeenkomt met de modellen die economen voor rationeel gedrag hanteren. Geconfronteerd met gedrag dat hiermee in tegenspraak is, reageert de econoom als een kleermaker die zijn klant de schuld geeft als zijn nieuwe pak niet past.

Maar het merkwaardige feit doet zich voor dat voorspellingen, gebaseerd op ongehoord onrealistische veronderstellingen, in veel omstandigheden heel goed bruikbaar zijn. De reden is dat de meeste mensen gewoontedieren zijn. Omdat hun voorkeuren en omstandigheden feitelijk niet van de ene op de andere dag veranderen, en omdat zij altijd proberen de beste deal te krijgen, zal hun gedrag een hoge mate van regelmatigheid tentoonspreiden. Daardoor wordt het voorspelbaar. Je hebt niet veel economische kennis nodig om te begrijpen dat als de prijs van een populair soort tandpasta omhoog gaat, mensen waarschijnlijk zult overstappen op een goedkoper merk.

De voorspellende modellen van de centrale banken maken overwegend gebruik van dezelfde logica. De BoE heeft na de Brexit-keuze bijvoorbeeld (correct) een daling van de wisselkoers van het Britse pond voorspeld. Dit zou ervoor zorgen dat de prijzen zouden gaan stijgen en dat de consumentenuitgaven omlaag zouden gaan. Haldane gelooft nog steeds dat dit zal gebeuren; de vergissing van de BoE was eerder een kwestie van “timing” dan van logica.

Dit is hetzelfde als zeggen dat de Brexit-stemming niets fundamenteels heeft veranderd. Mensen zouden zich precies zo blijven gedragen als het model veronderstelde, zij het met een andere reeks prijzen. Maar iedere voorspelling, gebaseerd op terugkerende gedragspatronen, komt niet uit als er iets gebeurt wat werkelijk nieuw is.

Niet-routinematige veranderingen zorgen ervoor dat gedrag niet-routinematig wordt. Maar niet-routinematig is niet hetzelfde als irrationeel. In economenjargon betekent het dat de parameters zijn veranderd. De zekerheid dat de dag van morgen heel erg op de dag van vandaag zal lijken is dan verdwenen. Onze modellen van kwantificeerbare risico's zullen falen als ze met radicale onzekerheid worden geconfronteerd.

De BoE gaf toe dat de Brexit een periode van onzekerheid zou inluiden, die slecht zou zijn voor de economie. Maar de nieuwe situatie die het gevolg was van de Brexit was feitelijk heel anders dan wat de beleidsmakers, die hun oren vrijwel volledig naar de Londense City lieten hangen, hadden verwacht. In plaats van het gevoel te hebben slechter af te zijn (zoals ze “rationeel” gesproken zouden moeten doen), denken veel “Leave”-stemmers dat ze beter af zullen zijn.

Terecht of niet, het belangrijkste punt van dat soort gevoelens is dat zij bestaan. In 1940, onmiddellijk na de nederlaag van Frankrijk tegen de Duitsers, schreef econoom John Maynard Keynes in een brief: “Als ik voor mezelf mag spreken, ben ik er nu voor het eerste volledig van overtuigd dat we de oorlog zullen winnen.” Op dezelfde manier hebben veel Britten nu meer vertrouwen in de toekomst dan voorheen.

Dit is dan ook het probleem – dat Haldane wel onderkende, maar niet kon toegeven – met de voorspellende modellen van de BoE. De belangrijkste zaken die economieën beïnvloeden vinden plaats buiten de beperkingen van de economische modellen. Dat is de reden dat macro-economische voorspellingen op de klippen lopen als de zee niet helemaal stil is.

De uitdaging is macro-economische modellen te ontwikkelen die ook in stormachtige omstandigheden overeind kunnen blijven: modellen die radicale onzekerheid belichamen, en daardoor een hoge mate van onvoorspelbaarheid van menselijk gedrag weerspiegelen.

De economie van Keynes ging over de logica van het maken van keuzes in onzekere tijden. Hij wilde het idee van de economische realiteit oprekken, zodat ook het gedrag in omstandigheden van radicale onzekerheid eronder zou vallen, als we niet alleen met onbekendheden worden geconfronteerd, maar ook met niet-kenbare onbekendheden. Dit heeft uiteraard veel ernstiger beleidsimplicaties dan een wereld waarin we redelijkerwijs mogen verwachten dat de toekomst veel op het verleden zal lijken.

Er zijn wel een paar pogingen ondernomen om deze uitdaging aan te gaan. In hun uit 2011 stammende boek Beyond Mechanical Markets betoogden de economen Roman Frydman van de Universiteit van New York en Michael Goldberg van de Universiteit van New Hampshire op krachtige wijze dat de modellen van economen “psychologische factoren zouden moeten proberen te omvatten, zonder er vanuit te gaan dat marktdeelnemers zich irrationeel gedragen.” Door het voorstellen van een alternatieve aanpak van economische modellen, die zij “imperfect knowledge economics” (“imperfecte kenniseconomieën”) noemen, dringen zij er bij hun collega's op aan zich te onthouden van het doen van “scherpe voorspellingen”, en betogen zij dat beleidsmakers zich zouden moeten beperken tot “guidance ranges” (“richtlijnen”), gebaseerd op historische benchmarks, om “excessieve” schommelingen in de aandelenkoersen en huizenprijzen tegen te gaan.

De Russische wiskundige Vladimir Masch heeft een ingenieus plan opgesteld van “Risk-Constrained Optimization” (“Door risico's beperkte optimalisering”), waarin expliciet rekening wordt gehouden met het bestaan van een “zone van onzekerheid.” De economie moet “zeer nauwkeurige schattingen” bieden, waarvoor “slechts een bescheiden mate van modellering en computerkracht” nodig zou zijn.

Maar zulke pogingen om radicale onzekerheid op te nemen in economische modellen kampen, hoe manhaftig ze ook mogen zijn, met de onmogelijke droom van het temmen van dubbelzinnigheid met behulp van wiskunde, en (in het geval van Masch) computerwetenschap. Ook Haldane lijkt zijn vertrouwen aan grotere datasets te hebben geschonken.

Keynes op zijn beurt dacht helemaal niet zo na. Hij wilde een economie die het oordeel de ruimte zou geven, niet alleen verrijkt door wiskunde en statistiek, maar ook door ethiek, filosofie, politiek en geschiedenis – onderwerpen die buiten de leerboeken van de moderne econoom vallen, waardoor slechts een wiskundig en computerkundig skelet overblijft. Om betekenisvolle beschrijvingen van de wereld te kunnen bieden moeten economen goed zijn opgeleid, heeft hij vaak gezegd.

Vertaling: Menno Grootveld