Garment workers in Bangladesh Jonathan Saruk/Getty Images

De vrouwen in de kledingindustrie van Bangladesh hebben hulp nodig

DHAKA – Vier decennia lang is de kledingsector de drijvende motor geweest achter de economie van Bangladesh. De sector heeft meer mensen aan het werk gezet dan enige andere bedrijfstak in het land. Met name vrouwen hebben van deze werkgelegenheidsgroei geprofiteerd, en vandaag de dag is een meerderheid van de vier miljoen werknemers in de bedrijfstak van het vrouwelijk geslacht.

Maar hoewel de textielsector vrouwen geld heeft opgeleverd en de patriarchale samenleving heeft uitgedaagd, heeft de economische empowerment geen grote verbetering gebracht als het gaat om de gendergelijkheid en het vrouwelijk welzijn. Integendeel, vrouwen met banen in de grootste bedrijfstak van Bangladesh lopen nu op twee fronten gevaar – thuis en op het werk.

Hoewel er veel is geschreven over de uitbuiting in de kledingindustrie, zijn er weinig gegevens over de gezondheids- en veiligheidsimplicaties voor vrouwen in deze sector. Onze organisatie, icddr,b (International Centre for Diarrhoeal Disease Research, Bangladesh), doet haar best om hier verandering in te brengen. In een reeks recente studies hebben we de gezondheids- en welzijnsproblemen – zowel lichamelijk als geestelijk – onderzocht waar vrouwen, die kleding maken die ze zichzelf nooit zullen kunnen veroorloven, mee worden geconfronteerd.

De vrouwen die we spraken deelden opmerkelijk overeenkomstige verhalen. De meesten waren getrouwd (geweest), slecht opgeleid en uit arme huishoudens in Bangladesh naar de stad gemigreerd om daar te werken, zodat ze hun families konden ondersteunen. De meeste geïnterviewden moesten overwerken om hun dagelijkse productiequota van honderd shirts per uur te kunnen halen. En, afhankelijk van hun positie, brachten ze hun hele werktijd staand door (als ze de kwaliteit moesten inspecteren), zittend (als ze de machines moesten bedienen), of lopend (als ze helpers waren op de fabrieksvloer).

Maar wat onze studies uniek maakt is de informatie die we hebben verzameld over wat er na het werk gebeurt. En op dat vlak zijn de gegevens nog opmerkelijker.

Om te beginnen houden de arbeidsdagen van de meeste getrouwde vrouwelijke werknemers niet op als hun werk in de fabriek erop zit. Thuis wordt van ze verwacht dat ze koken, schoonmaken en andere huishoudelijke klusjes opknappen – werk bovenop het werk, waardoor ze uitgeput raken en vatbaar worden voor ziekten. Vooral zwangere vrouwen kampen met aanzienlijke gezondheidsproblemen, zoals overspannenheid, als gevolg van hun meedogenloze schema's. En toch blijven de meeste vrouwen, omdat ze het inkomen nodig hebben, werken en verbergen ze hun zwangerschap zo lang mogelijk, uit angst dat de opzichters hen zullen ontslaan als ze erachter komen.

What do you think?

Help us improve On Point by taking this short survey.

Take survey

Dit eist ook een emotionele tol. Werkende moeders uit plattelandsdorpen melden dat ze veel last hebben van schuldgevoelens, angst en stress, veroorzaakt doordat ze weg zijn van hun kinderen die ze dikwijls in hun thuisdorp hebben moeten achterlaten, omdat ze het zich – in termen van tijd of geld – niet kunnen veroorloven in Dhaka voor ze te zorgen.

Twee op de vijf werknemers geven blijk van zelfmoordneigingen. Toch zien de gezondheidszorgsystemen van de fabrieken die wij hebben onderzocht geestesziekten niet als een serieus probleem. In feite kennen de meeste fabrieken helemaal geen geestelijke gezondheidszorgvoorzieningen voor hun werknemers. Als gevolg daarvan lijden de meeste vrouwen in stilte.

Tenslotte legde ons onderzoek een verontrustend verband bloot tussen de werkgelegenheid in de kledingindustrie en lichamelijk, geestelijk en seksueel geweld tegen vrouwen. Een verbijsterende 43% van de respondenten zei het jaar daarvoor seksueel te zijn misbruikt door hun partner. Om dit cijfer in perspectief te plaatsen: het nationale gemiddelde voor deze vorm van geweld is 13%. Hoewel we geen gegevens hebben om tot een sluitend oordeel te kunnen komen waarom het misbruikpercentage zo hoog is in de kledingsector, komen de data overeen met het overheersende gevoel dat vrouwen in deze bedrijfstak op een of andere manier in verband worden gebracht met sekswerk en seksuele promiscuïteit.

Er is geen twijfel mogelijk dat vrouwen in Bangladesh een zekere mate van autonomie en financiële onafhankelijkheid hebben ontleend aan hun werk in de kledingindustrie. Maar onze gegevens duiden erop dat aan deze verworvenheden een prijskaartje hangt. En hoewel activisten en insiders uit de bedrijfstak erkennen dat de houding jegens en het misbruik van vrouwelijke werknemers moeten veranderen, is er momenteel geen consensus over hoe het nu verder moet.

Wij denken dat het tijd is om dit te veranderen, en een goede plek om te beginnen zou het druk uitoefenen op multinationals zijn om van gendergelijkheid een prioriteit te maken. Veel van de mondiale merken die afhankelijk zijn van de fabrieken van Bangladesh hebben beloofd gendergelijkheid in hun kantoren in te zullen voeren. Ze moeten hetzelfde doen op de werkvloer in de fabrieken, waar de managers bijna allemaal mannen zijn – een vorm van ongelijkheid die de onbalans tussen de genders elders in de samenleving versterkt.

Maar wellicht de belangrijkste verandering die moet worden doorgevoerd is het betrekken van mannen in een dialoog over gender. In diverse Afrikaanse landen hebben initiatieven op dit vlak de discriminatie van en het geweld jegens vrouwen teruggedrongen. Eén programma in West-Afrika brengt bijvoorbeeld mannen en vrouwen samen voor begeleide “dialoogsessies” om de rol van vrouwen bij het nemen van financiële besluiten te verbeteren. Voor het boeken van soortgelijke winst in Bangladesh zijn diepgaande veranderingen van het beleid nodig. De kledingindustrie en mannen in het algemeen moeten zich inzetten voor het doel van de empowerment van vrouwen.

Na bijna veertig jaar zijn vrouwen de drijvende kracht achter de belangrijkste bedrijfstak van Bangladesh geworden. Maar op dit moment betalen ze daar een te hoge lichamelijke en geestelijke prijs voor.

Vertaling: Menno Grootveld

Help make our reporting on global health and development issues stronger by answering a short survey.

Take Survey

http://prosyn.org/qDtx9we/nl;