38

Een stimuleringsbeleid dat 'vriendelijk' is voor de schuldsanering

NEW HAVEN – Nu een groot deel van de wereldeconomie blijkbaar gevangen is in een langdurige en pijnlijke, door bezuinigingen opgewekte inzinking, is het tijd om toe te geven dat we die val voor onszelf hebben opgezet. We hebben hem gebouwd op een op ongelukkige gewoonten gebaseerde manier van denken over hoe we met de uit de hand lopende staatsschulden moesten omgaan.

Mensen hebben die gewoonten ontwikkeld op basis van de ervaringen van hun familie en vrienden: als je in de schulden zit, moet je je uitgaven beperken en een periode van soberheid doorstaan, totdat de last (de schuld in verhouding tot het inkomen) is gereduceerd. Dat betekent een tijdje niet buiten de deur eten, geen nieuwe auto's en geen nieuwe kleren. Het lijkt verstandig – en moreel juist – om op deze manier te reageren.

Maar hoewel deze benadering van schulden goed werkt voor een huishouden dat in de problemen verkeert, geldt dat niet voor een hele economie, want bezuinigingen verergeren het probleem alleen maar. Dat is de paradox van de spaarzucht: door het aantrekken van de broekriem raken mensen hun baan kwijt, omdat andere mensen niet kopen wat zij produceren, zodat hun schuldenlast eerder stijgt dan daalt.

Er is een manier om uit deze val te geraken, maar alleen als we de discussie over de vraag hoe we de verhouding tussen de staatsschuld en het bruto binnenlands product (bbp) kunnen verlagen kunnen ombuigen van een bezuinigingsbeleid – hogere belastingen en lagere bestedingen – naar een stimuleringsbeleid dat 'vriendelijk' is voor de schuldsanering: het nóg verder verhogen van de belastingen en het in dezelfde mate optrekken van de overheidsuitgaven. Dan daalt de verhouding tussen de staatsschuld en het bbp ook, maar in dit geval doordat de noemer (de economische productie) toeneemt, en niet doordat de teller (het totaal dat de regering heeft geleend) kleiner wordt.