ED JONES/AFP/Getty Images

Azië na Trump

SINGAPORE – Toen de Trilateral Commission – een groep leiders uit politiek en bedrijfsleven, journalisten en academici – hier onlangs bijeenkwam, uitten velen hun zorgen over de neergang van het Amerikaanse leiderschap in Azië. Ieder Aziatisch land handelt nu meer met China dan de Verenigde Staten, dikwijls zelfs twee maal zoveel. Deze zorgen zijn nog groter geworden doordat president Donald Trump onlangs importtarieven heeft afgekondigd en zijn minachting heeft geuit voor multilaterale instellingen. Een vaak gehoorde vraag in Singapore was of het Amerikaanse leiderschap in Azië de Trump-jaren zou overleven.

De geschiedenis biedt enig perspectief. In 1972 legde president Richard Nixon eenzijdig en zonder waarschuwing vooraf tarieven op aan Amerika's bondgenoten, schond hij de afspraken die waren gemaakt in het kader van het Internationale Monetaire Fonds en voerde hij een impopulaire oorlog in Vietnam. De angst voor terrorisme was wijdverbreid en deskundigen uitten hun zorgen over de toekomst van de democratie.

Het jaar daarop riepen David Rockefeller en Zbigniew Brzezinski de Trilateral Commission in het leven, die sindsdien eenmaal per jaar bijeenkomt om dergelijke problemen te bespreken. In weerwil van allerlei samenzweringstheorieën heeft deze Commissie weinig macht; maar net als andere informele kanalen van de diplomatie van het “tweede spoor” stelt zij particuliere burgers in staat manieren te onderzoeken om netelige kwesties op te lossen. De resultaten zijn te vinden in haar publicaties en op de website.

In Singapore was geen sprake van consensus over het Azië na Trump. De Indiase en Chinese leden hielden er bijvoorbeeld verschillende ideeën op na over de rol van China's infrastructuurprojecten in het kader van het “Belt and Road”-initiatief. Sommige Aziaten en Amerikanen verschilden van mening over de vooruitzichten voor een succesvolle oplossing van de Koreaanse nucleaire crisis, evenals over de bredere vraag of een oorlog tussen China en de VS onvermijdelijk is. En sommige Europeanen vroegen zich af of de huidige mondiale onzekerheid een weerspiegeling is van de opkomst van China of van de opkomst van Trump.

Mijn eigen inschatting, hoewel ik de groep waarschuwde dat die wel eens niet zou kunnen kloppen, is dat de VS hun leiderschap na de Trump-jaren waarschijnlijk zullen kunnen continueren, als zij opnieuw leren hoe zij hun macht moeten gebruiken in samenwerking met anderen, en niet louter over anderen. Met andere woorden: de VS zullen hun zachte macht moeten aanwenden om netwerken en instellingen te creëren waardoor zij met China, India, Japan, Europa en andere landen kunnen samenwerken om transnationale problemen op te lossen – bijvoorbeeld die van de monetaire stabiliteit, de klimaatverandering, het terrorisme en de cybermisdaad – die geen enkel land in zijn eentje kan oplossen. Hiervoor zal nodig zijn dat de unilaterale beleidsmaatregelen en standpunten worden overwonnen die worden geassocieerd met de opkomst van Trump.

Wat de opkomst van China aangaat, zullen de VS – ondanks het huidige pessimisme – vermoedelijk belangrijke voordelen behouden die zelfs een achtjarig presidentschap, mocht Trump worden herkozen, zullen overleven. Het eerste voordeel is van demografische aard. Volgens gegevens van de Verenigde Naties zijn de VS naar verwachting het enige ontwikkelde land dat tegen 2050 nog zal bijdragen aan de mondiale bevolkingsgroei. China, nu nog het meest volkrijke land, zal die positie vermoedelijk kwijtraken aan India.

What do you think?

Help us improve On Point by taking this short survey.

Take survey

Het tweede voordeel is energie. Tien jaar geleden leken de VS hopeloos afhankelijk van geïmporteerde energie. Nu heeft de schaliegas-revolutie het land veranderd van een energie-importeur in een energie-exporteur, en zou Noord-Amerika het komende decennium zelfvoorzienend kunnen zijn, terwijl China in dezelfde periode afhankelijker zal worden van energie-importen.

Technologie is het derde voordeel van de VS. Tot de technologieën die deze eeuw macht zullen opleveren behoren de biotechnologie, de nanotechnologie en de informatietechnologie van de volgende generatie, zoals kunstmatige intelligentie en big data. Volgens de meeste deskundigen zullen de VS, hoewel de capaciteit van China verbetert, wereldleider blijven als het gaat om het onderzoek naar, de ontwikkeling van en de commercialisering van deze technologieën.

Bovendien beschikt Amerika over een vierde voordeel in de vorm van zijn hoger onderwijssysteem. Volgens een ranglijst van de Shanghai Jiao Tong Universiteit bevinden zestien van de twintig topuniversiteiten zich in de VS, maar in China niet één.

Een vijfde Amerikaans voordeel dat waarschijnlijk het Trump-tijdperk zal overleven is de rol van de dollar. Van de buitenlandse valutareserves in handen van de mondiale overheden bestaat slechts 1,1% uit Chinese renminbi en 64% uit dollars. Toen het Internationale Monetaire Fonds de renminbi toevoegde aan het valutamandje dat ten grondslag ligt aan zijn internationale rekeneenheid, de Speciale Trekkingsrechten, meenden velen dat de dagen van de dollar geteld waren. Maar het aandeel van de renminbi in het internationale betalingsverkeer is sindsdien afgenomen. Een geloofwaardige reservemunt is afhankelijk van diepe kapitaalmarkten, eerlijk bestuur, en het primaat van het recht. Geen daarvan is in de nabije toekomst waarschijnlijk in China.

In de zesde plaats beschikken de VS over geografische voordelen die China ontbeert. De VS worden omgeven door oceanen, en Canada en Mexico zijn bevriende buurstaten, ondanks het misplaatste beleid van Trump om het Noord-Amerikaanse Vrijhandelsakkoord te ondermijnen. China heeft daarentegen grenzen met veertien andere landen, en territoriale geschillen met een paar daarvan, zoals India, Japan en Vietnam. Daardoor wordt de zachte macht van China beperkt. En hoewel de geografie China de hegemonie verschaft over de Zuid-Chinese Zee, hebben de VS daar geen territoriale claims en genieten zij de suprematie over de resterende 95% van 's werelds oceanen.

Maar het belangrijkste is dat de VS en China niet voorbestemd zijn om oorlog met elkaar te gaan voeren. Geen van beide landen vormt een existentiële bedreiging voor de ander. Toen de Eerste Wereldoorlog begon, was Duitsland Groot-Brittannië al in 1900 gepasseerd; de Britse angst voor de Duitse bedoelingen droeg bij aan de ramp. Daarentegen hebben de VS en China de tijd om hun vele conflicten op te lossen, en hoeven zij niet ten prooi te vallen aan hysterie of angst.

De VS behouden niet alleen de machtsvoordelen die hierboven zijn beschreven, maar ook hun bondgenootschap met Japan en Zuid-Korea. In de komende besprekingen met de Noord-Koreaanse leider Kim Jung-un zal Trump ervoor moeten zorgen dat hij het regime van Kim niet in staat zal stellen het gewenste doel te bereiken van een verzwakking van deze bondgenootschappen.

In Singapore citeerde ik het antwoord van de voormalige premier Lee Kuan Yew op een vraag die ik hem ooit stelde, of China de VS voorbij zou streven. Hij zei “nee,” omdat – ook al kon China over de talenten van 1,4 miljard mensen beschikken – de openheid van de VS het land in staat zou stellen de talenten van 7,5 miljard mensen aan te boren, met grotere creativiteit dan China. Als deze openheid blijft bestaan, zal het Amerikaanse leiderschap in Azië en elders zeer waarschijnlijk ook blijven bestaan.

Vertaling: Menno Grootveld

http://prosyn.org/QZz7STW/nl;

Handpicked to read next