0

Mondiale samenwerking is een zaak van leven en dood

LONDEN – De onzekerheid die is teweeggebracht door het recente besluit van Groot-Brittannië om de Europese Unie te verlaten, waardoor schokgolven door de mondiale markten zijn gestuurd, heeft de krantenkoppen gedomineerd. Maar nu we ons voorbereiden op nieuwe politieke beproevingen, mogen we de problemen waar we al mee werden geconfronteerd niet verwaarlozen, vooral mondiale gezondheidszorgproblemen als de opkomst van de anti-microbiële resistentie (AMR), die geen rekening houdt met economische prestaties of politieke stabiliteit.

Zoals het er nu voor staat verliezen ieder jaar naar schatting 700.000 mensen hun levens aan infecties die bestand zijn tegen geneesmiddelen. In 2050 zou dit aantal kunnen zijn opgelopen tot tien miljoen per jaar, met een cumulatief kostenplaatje van $100 bln voor het mondiale bbp.

 1972 Hoover Dam

Trump and the End of the West?

As the US president-elect fills his administration, the direction of American policy is coming into focus. Project Syndicate contributors interpret what’s on the horizon.

Om deze uitkomst te vermijden heeft de Review on Antimicrobial Resistance, waaraan ik leiding geef, in mei zijn strategie gepubliceerd voor het aanpakken van dergelijke infecties, door voorstellen te lanceren voor het garanderen van de ontwikkeling van noodzakelijke nieuwe antibiotica, en voor het efficiënter gebruik van bestaande antibiotica bij mensen en in de landbouw. Van de tien belangrijke interventies die we hebben voorgesteld, zijn er vier bijzonder belangrijk:

·         Het lanceren van een mondiale campagne, op maat gesneden voor verschillende regio's, om het publieke bewustzijn over AMR te verbeteren.

·         Het aanpakken van het marktfalen bij de ontwikkeling van nieuwe antibiotica, door het invoeren van 'lump-sum' beloningen voor het betreden van de markt voor de ontwikkelaars van succesvolle nieuwe medicijnen, en het garanderen van de mondiale toegang daartoe.

·         Het bevorderen van de innovatie en het verbeteren van het gebruik van diagnostische technologie, om een efficiënter gebruik van antibiotica te ondersteunen.

·         Het implementeren van doelstellingen op het niveau van individuele landen, gericht op het verminderen van het onnodige gebruik van antibiotica in de landbouw en bij mensen.

Nu ons eindrapport compleet is, zal de Review een internationaal pleidooi voor actie blijven houden, rechtstreeks gericht aan het adres van de politieke leiders. In mijn hoedanigheid als voorzitter van de Review heb ik onlangs onze aanbevelingen besproken bij de World Health Assembly in Genève, en met beleidsmakers van de Verenigde Naties en de Verenigde Staten in New York en Washington, DC.

In deze gesprekken bleek het toenemende bewustzijn bij beleidsmakers over het gevaar van AMR. Nog maar twee jaar geleden werd het onderwerp van infecties die resistent zijn voor medicijnen doorgaans begroet met vragen als “Wat is anti-microbiële resistentie?” of “Waarom zou een minister van Financiën de leiding op zich nemen van een gezondheidszorgcrisis?” Weinigen begrepen de omvang en de meervoudige aard van de uitdaging, en derhalve de noodzaak van een samenhangende aanpak. Ik stelde mezelf overigens soortgelijke vragen toen de voormalige Britse premier David Cameron me voor het eerst vroeg leiding te geven aan de Review on Antimicrobial Resistance.

Sindsdien is de situatie aanzienlijk veranderd. Beleidsmakers uit landen met een grote verscheidenheid aan economische en politieke systemen buigen zich nu over het probleem, en sommige landen hebben al stappen gezet om het op te lossen. Dit alles biedt goede hoop dat 2016 het jaar kan zijn dat er werkelijke verandering gaat plaatsvinden.

Maar hoop is één ding en actie een ander. Hoewel bijeenkomsten en toespraken op hoog niveau over AMR de juiste boodschap verspreiden, hebben ze geen enkele betekenis als we er niet in slagen het huidige momentum te vertalen in concrete actie, te beginnen met de bijeenkomsten van de G20 en de VN in september dit jaar. En hoewel mijn meest recente gesprekken erop duiden dat er op die beide bijeenkomsten waarschijnlijk overeenkomsten zullen worden gesloten, is het verre van zeker dat ze de omvang van het probleem zullen dekken.

Bij de G20 moet de broodnodige overeenstemming gericht zijn op het ontwikkelen van een mondiaal mechanisme om de markt te versterken voor nieuwe antibiotica die wereldwijd betaalbaar en toegankelijk zijn, en zo efficiënt mogelijk worden gebruikt. Bij de VN moet het doel zijn de mantra “access, not excess” (“toegang zonder excessen”) werkelijkheid te laten worden, door een overeenkomst om het onnodig gebruik van antibiotica in de landbouw tegen te gaan en een mondiale bewustwordingscampagne op te zetten. Meer geld voor onderzoek en ontwikkeling van nieuwe antibiotica en diagnostiek om anti-microbiële resistentie te bestrijden is eveneens cruciaal.

Het is essentieel dat de overeenkomsten tanden krijgen. Landen moeten hun eigen doelstellingen formuleren, al naar gelang hun bijzondere omstandigheden en behoeften, maar er moet een aantal garanties worden aangebracht om te verzekeren dat ze allemaal doen wat ze kunnen. Om te beginnen moeten de pogingen om de anti-microbiële resistentie te bestrijden worden ingebakken in bredere strategieën voor economische ontwikkeling, inclusief de implementatie van de Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen van de VN.

Bovendien moet de vooruitgang worden bijgehouden, niet alleen om ervoor te zorgen dat beleidsmakers, bedrijven en gezondheidszorgsystemen ter verantwoording kunnen worden geroepen, maar ook om te bereiken dat anderen hun successen kunnen kopieëren. Met dit doel voor ogen hebben we misschien nieuwe maatstaven nodig om de impact van AMR te berekenen. Hoewel dit technisch klinkt (en ook is), is het een feit dat vooraanstaande wetenschappers op dit terrein denken dat overeenstemming over gezamenlijke graadmeters de manier kan veranderen waarop individuele landen hun eigen doelstellingen formuleren, en dat dit ons vermogen kan verbeteren om de komende jaren de voortgang te meten.

Tenslotte hebben we, rekening houdend met veranderende politieke prioriteiten en persoonlijkheden, een permanente “kampioen” nodig in de strijd tegen AMR. Er zou bijvoorbeeld een VN-gezant op dit terrein kunnen worden benoemd, die voortdurend aandacht voor deze zaak bepleit en landen uitdaagt hun doelstellingen te verwezenlijken. Zonder zo'n consistente herinnering aan de noodzaak om AMR aan te pakken, om maar te zwijgen van de transparantie over de voortgang, kan de wereld op het verkeerde spoor worden gezet en de snel kleiner wordende kans missen om de veranderingen door te voeren die nodig zijn om de opkomst van resistente infecties tegen te houden.

Fake news or real views Learn More

De afgelopen paar jaar hebben overheden, industrie en internationale organisaties belangrijke stappen gezet op weg naar het aanpakken van de dreiging van AMR. Maar de werkelijk lastige besluiten moeten nu worden genomen. Als we deze sluipende ramp willen voorkomen, moeten onze leiders nu in actie komen. We weten wat we moeten doen; we moeten er nu alleen haast mee gaan maken.

Vertaling: Menno Grootveld