2

De strategische blindheid van Amerika

MADRID – De wederzijdse beschuldigingen over spionage activiteiten van de VS, veroorzaakt door de onthullingen van de voormalige inlichtingenmedewerker Edward J. Snowden, hebben het kookpunt bereikt. Er zijn vragen genoeg; over wat president Barack Obama ervan wist en wanneer, over de legitimiteit van het afluisteren van gesprekken van bevriende buitenlandse leiders, over de toekomst van de trans-Atlantische verhoudingen en zelfs over de betekenis van het begrip ‘bondgenoot’.

Maar de storm die nu woedt reflecteert, net zoals andere recente diplomatieke crises van de Verenigde Staten, een fundamenteler probleem: het gebrek aan strategische visie in het Amerikaanse buitenlandbeleid. Totdat de VS in staat is om een overkoepelend, doelgericht kader te scheppen waarbinnen het betrekkingen met rest van de wereld onderhoudt, is een reactieve benadering onvermijdelijk, met hoogoplopende incidenten zoals we deze maand hebben gezien als de norm.

Meer dan veertig jaar lang voorzag de koude oorlogspolitiek van indamming (containment red.) van Sovjet-invloed Amerika van zijn strategische kader. Alhoewel over de tactiek van de VS gedebatteerd werd en deze verschoof van regering tot regering, bleef de overkoepelende benadering consistent, omdat deze breed werd ondersteund door zowel republikeinen als democraten. Natuurlijk gaf deze overkoepelende nationale veiligheidsstrategie geen garantie tegen problemen of zelfs grote rampen in landen als Vietnam en Nicaragua. Desalniettemin bracht deze containment politiek, als je terugkijkt, op het gebied van buitenlands beleid van de VS een orde en organisatie die nu ontbreekt.

Na de val van de Berlijnse muur verdween de noodzaak die de drijvende kracht achter de containment was geweest. De VS, dronken van de overwinning, zagen in de triomf over het Warschaupact nog meer teken van hun bijzonderheid, en gingen geloven in het waanbeeld dat hun succes in de Koude Oorlog een strategie op zich was.