8

Het recht op landbouwtechnologie

STANFORD – In jaren zestig, toen bioloog Paul Ehrlich massale hongersnood voorspelde door snelle bevolkingsgroei, was kweker Norman Borlaug nieuwe gewassen en benaderingen van landbouw aan het ontwikkelen die de kern van de Groene Revolutie zouden gaan vormen. Er wordt wel gedacht dat deze verbeteringen samen met andere innovaties in de landbouwtechnologie meer dan een miljard doden door hongersnood voorkomen hebben en de voeding van de miljarden meer die nu in leven zijn verbeterd hebben. Toch lijken sommigen gretig om deze vooruitgang terug te draaien.

Naast het redden van levens heeft de Groene Revolutie het milieu gered van een gigantische kaalslag. Volgens een studie van Stanford University heeft de moderne landbouwtechnologie de broeikasgasuitstoot sinds 1961 aanzienlijk verminderd, zelfs terwijl deze tot grotere netto-oogstopbrengsten leidde. Ook voorkwam deze dat het equivalent van drie Amazone-wouden – ofwel het dubbele oppervlak van de 48 aangrenzende Amerikaanse staten – gekapt en omgeploegd werd voor landbouwgrond. Genetisch gemodificeerde gewassen op hun beurt hebben het gebruik van schadelijke pesticiden sinds 1996 cumulatief met 581 miljoen kilo teruggebracht, ofwel 18,5 procent.

Verrassend genoeg veroordelen veel milieuactivisten deze ontwikkelingen eerder dan dat ze ze omhelzen en propageren in plaats daarvan een terugkeer naar inefficiënte benaderingen met weinig opbrengst. Onderdeel van de zogeheten agro-ecologie die ze uitdragen is een primitieve ‘boerenlandbouw,’ die door het verminderen van de rendementen en de veerkracht van gewassen de voedselveiligheid ondermijnt, en leidt tot grotere hongersnoden en ondervoeding.

Deze waanzin bevorderend publiceerde de Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties (UNHCR) onlangs een rapport door Speciaal Rapporteur voor het Recht op Voedsel Hilal Elver dat roept om een mondiaal regime voor agro-ecologie, inclusief een nieuw wereldwijd verdrag om het gebruik van pesticiden en genetische modificatie, hierin aangemerkt als schendingen van de mensenrechten, te reguleren en reduceren.

De UNHCR – een orgaan dat fantastische verdedigers van de mensenrechten als China, Cuba, Qatar, Saudi-Arabië, en Venezuela omvat – bevredigt zichzelf gewoonlijk door het verketteren van Israël. Maar in 2000 werd op aandringen van de Cubaanse regering de post van Speciaal Rapporteur voor het Recht op Voedsel gecreëerd. Geheel passend bij de absurde samenstelling van de UNHCR was de eerste persoon om deze positie te vervullen de Zwitserse socioloog Jean Ziegler, medeoprichter en tevens ontvanger van de Moammar al-Qadhafi Internationale Mensenrechtenprijs.

Elver op haar beurt heeft volgens UN Watch publicaties geciteerd die beweren dat de terroristische aanslagen van 11 september 2001 georkestreerd zijn door de Amerikaanse regering om zijn oorlog tegen moslims te rechtvaardigen. Elvers standpunt op het gebied van voedsel reflecteert dezelfde paranoïde denkwijze. Ze is tegen ‘industriële voedselproductie’ en vrije handel, en werkt vaak samen met Greenpeace en andere radicale milieuactivisten.

Grote delen van het nieuwe UNHCR-rapport van Elver echoën de wanen van door de biologische industrie gefinancierde niet-gouvernementele organisaties. Ze geven landbouwinnovaties zoals pesticiden de schuld van ‘destabilisatie van het ecosysteem’ en beweren dat ze om oogstopbrengsten te vergroten onnodig zijn.

Dit alles zou nog terzijde geschoven kunnen worden als niet meer dan wederom misplaatst activisme van de VN, ware het niet dat dit slechts één element is van een bredere en veel gevolgrijkere inspanning door mondiale ngo’s samen met bondgenoten in de Europese Unie teneinde een model van agro-ecologie te bevorderen waarin voor boeren cruciale instrumenten zoals pesticiden en genetisch gemodificeerde gewassen verboden worden. Deze agenda wordt nu nagestreefd door een uitgebreid netwerk van VN-bureaus en -programma’s, zowel als door internationale verdragen en overeenkomsten zoals het Verdrag inzake Biologische Diversiteit, de Codex Alimentarius Commission, en het Internationaal Agentschap voor Kankeronderzoek.

De potentiele schade van deze inspanning is moeilijk te overschatten. De Voedsel- en Landbouworganisatie van de VN (die nog niet volledig gezwicht is voor radicale activisten) schat dat boeren zonder pesticiden tot 80% van hun oogst zouden verliezen aan insecten, ziekten, en onkruid. (neem bijvoorbeeld de impact van de legerrups, die in de laatste anderhalf jaar alleen al, in grote delen van Sub-Sahara-Afrika de maïsoogst vernietigd heeft.) Ontwikkelingslanden zijn in het bijzonder kwetsbaar voor radicale regelgeving omdat buitenlandse hulp vaak hier vaak onderwerping aan eist, alhoewel deze de landbouw in de ontwikkelde wereld ook kan hervormen, niet in het minst in de EU.

Voor miljoenen keuterboeren in de ontwikkelingswereld is bescherming van hun gewassen pure noodzaak. Wanneer ze gebrek aan toegang hebben tot bijvoorbeeld herbiciden moeten ze hun akkers met de hand wieden. Dit is letterlijk slopend werk: om een akker van één hectare te wieden moeten boeren – meestal vrouwen en kinderen – tien kilometer in gebukte houding lopen. Naar verloop van tijd veroorzaakt dit pijnlijke en permanente beschadigingen aan de ruggengraat. Dit is dan ook de reden dat Californië handmatig wieden door landarbeiders in 2004 verboden heeft, alhoewel een uitzondering werd gemaakt voor biologische boerderijen, juist omdat ze weigeren herbiciden te gebruiken.

Ontwikkelingslanden efficiëntere en duurzame benaderingen van landbouw ontzeggen veroordeelt ze tot armoede en onthoudt ze voedselveiligheid. Dit is pas een echte schending van de mensenrechten.

Vertaling Melle Trap