40

Na Parijs

NEW YORK – De aanslagen in Parijs door individuen geassocieerd met de Islamitische Staat, vlak na bomaanslagen in Beirut en het neerhalen van een Russisch verkeersvliegtuig boven de Sinaï, versterken nog eens de realiteit dat de terrorismedreiging in een nieuwe en zelfs nog gevaarlijker fase terecht is gekomen. Er valt over te debatteren waarom de Islamitische Staat juist nu besloot zijn aanvallen te plaatsen; het zou goed kunnen dat ze mondiaal gaan om te compenseren voor hun recente verliezen in Irak. Maar wat de motivatie ook moge zijn, zeker is dat er een duidelijke respons vereist is.

De uitdaging die de Islamitische Staat vormt vraagt in feite om verschillende antwoorden, omdat er geen politiek bestaat die op zichzelf afdoende belooft te zijn. Er zijn meerdere inspanningen nodig in meerdere domeinen.

Een hiervan is militair. Intensivering van luchtaanvallen tegen militaire doelen van de Islamitische Staat, zijn olie- en gasfaciliteiten en leiders is van cruciaal belang. Maar geen enkele mate van luchtmacht alleen zal de klus ooit klaren. Er is een substantiële component op de grond vereist als we gebied in willen nemen en vasthouden.

Helaas is er geen tijd om vanuit het niets een gezamenlijke troepenmacht op te bouwen. Dit is al geprobeerd en is mislukt, en de Arabische staten zijn niet in staat of van zins er een samen te stellen. Het Iraakse leger komt ook tekort en door Iran gesteunde milities verergeren de situatie alleen maar.