1

Hoe Afrika optimaal kan profiteren van zijn jongerendividend

TORONTO – Toen studenten van de Zuid-Afrikaanse universiteit in 2016 de straat op gingen als onderdeel van de “Fees Must Fall” (“Het collegegeld moet omlaag”) protestbeweging, was een van de voornaamste zorgen van deze beweging de “dekolonisatie van het curriculum.” Het was een cruciaal moment in de geschiedenis van Zuid-Afrika, omdat jonge mensen in opstand kwamen om kwalitatief hoogwaardig en toegankelijk onderwijs te eisen. Maar er ontbrak een belangrijke vraag in het debat over het collegegeld en de relevantie van het curriculum: hoe kunnen veranderingen in het hoger onderwijs de Afrikaanse jeugd in staat stellen de economische transformatie van het continent in gang te zetten?

Voor Afrika is de vraag niet langer “óf” studenten les krijgen, maar “waarin.” Hoewel de toegang tot onderwijs de afgelopen decennia aanzienlijk is verbeterd, zijn de schoolcurricula weinig veranderd sinds het koloniale tijdperk, toen hoger onderwijs een privilege van de elites was, bedoeld om de carrières van een kleine groep uitverkorenen te bevorderen. Technische en beroepsonderwijsprogramma's zijn ook veronachtzaamd. Vandaag de dag worden deze programma's gekenmerkt door ouderwetse cursussen en klassikale leermethoden, die jonge mensen niet adequaat voorbereiden op de eisen van de arbeidsmarkt van de 21e eeuw.

Dit probleem gaat verder dan de traditionele componenten van het curriculum zoals wiskunde, natuurwetenschappen en taal. Er is ook een tekort aan cruciale “zachte” vaardigheden, zoals communicatie, teamwork en het oplossen van problemen. Hoewel ze worden veronachtzaamd, zijn het deze vaardigheden die jonge mensen in staat stellen zich snel aan te passen en hun leven lang te blijven leren. Het beheersen van “zachte” vaardigheden leidt tot betere resultaten op school, in het werk en in het leven. Toch is de training in “zachte” vaardigheden tot voor kort niet geïntegreerd in formele onderwijssystemen op het continent.

Gelukkig is dit aan het veranderen. Over het hele continent ondergaan middelbare scholen en het beroepsonderwijs een transformatie om de jonge geesten van Afrika te voorzien van de vaardigheden die zij nodig hebben om de transitie te bewerkstelligen van school naar werk, en om meer betrokken burgers te worden.

Deze aanpassingen komen op een cruciaal moment voor Afrika, nu veel landen een demografisch dividend ervaren van dalende geboortecijfers en stijgende productiviteit. Deze veranderingen kunnen in het bijzonder jonge mensen meer kansen bieden als zij zich voorbereiden op het betreden van de arbeidsmarkt. Maar om te slagen in hun baan moeten jongeren de vaardigheden en de opleiding hebben waar een moderne economie om vraagt.

Bij de MasterCard Foundation, waar ik ga over de onderwijs- en leerprogramma's, hebben we een blauwdruk samengesteld – genaamd Skills at Scale – om Afrikaanse opleidingsinstituten te helpen hun curricula nieuw leven in te blazen, teneinde optimaler te kunnen profiteren van het economische potentieel van de jeugd.

Een van de meest succesvolle initiatieven op het continent is het door USAID gefinancierde Akazi Kanoze Youth Livelihoods Project, ontworpen door het Education Development Center (EDC) in Boston. Akazi Kanoze laat zien hoe een kleinschalig initiatief kan leiden tot bredere hervormingen binnen de hele onderwijssector, door de banden met lokale werkgevers te benadrukken die toegang bieden tot banen voor starters en stagiaires. De focus op persoonlijke ontwikkeling, intermenselijke communicatie en leiderschapstraining heeft ervoor gezorgd dat studenten na het behalen van hun diploma goed zijn uitgerust voor de arbeidsmarkt.

Het Rwandese ministerie van Onderwijs heeft al onderdelen van het programma ten uitvoer gelegd in het beroepsonderwijs van het land. De regering heeft onlangs de aanpak van Akazi Kanoze in het nationale curriculum geïntegreerd, om middelbare scholieren en studenten van het beroepsonderwijs de “zachte” vaardigheden bij te brengen die ze nodig hebben om te slagen. De nationale examens in het academische jaar 2018-2019 zullen ook dit nieuwe, op competentie gebaseerde curriculum weerspiegelen.

Sinds 2009 hebben Akazi Kanoze-trainingen ruim 37.000 jongeren voorbereid op een werkzaam bestaan. Ruim 65% van de deelnemers aan de eerste trainingsronde heeft zes maanden na het afstuderen werk gevonden. Op basis van het succes van de integratie van “zachte” vaardigheden in het Rwandese curriculum zullen de MasterCard Foundation en EDC later dit jaar in Senegal een soortgelijk programma lanceren.

Case-studies van Skills at Scale onderstrepen dat een succesvol intitiatief om vaardigheden te trainen uit zes componenten moet bestaan. Daartoe behoren een gunstig beleidsklimaat, waarin de overheid steun biedt en duidelijke doelen stelt voor de hervorming van de onderwijssector; uitgesproken steun voor deze veranderingen van sterke politieke kampioenen; brede betrokkenheid van belanghebbenden, vooral tijdens de ontwerp- en implementatiefases van de hervorming; decentralisatie van het gezag over het onderwijs; flexibiliteit van de kant van donoren; en de mogelijkheid om de invloed van deze veranderingen op de jeugdwerkgelegenheid en het ondernemerschap te meten.

Veranderingen verlopen niet probleemloos. Het zal tijd kosten om de modellen voor vaardigheidstraining aan te passen aan de enorm verschillende onderwijssystemen in Afrika. Het zal ook lastig zijn om ervoor te zorgen dat intensieve trainingsmodellen alle jongeren bereiken, inclusief degenen die niet langer naar school gaan. De ervaringen in Rwanda tonen aan dat voor het opnieuw ontwerpen van curricula nauwe samenwerking vereist is met autoriteiten die gaan over de ontwikkeling van het onderwijs en de beroepsbevolking, en met overheidsfunctionarissen, docenten en schoolbestuurders. Nieuwe curriculuminhoud vergt tevens de ontwikkeling van nieuwe onderwijsmaterialen.

Voor het bereiken van schaalomvang is het eveneens nodig dat er sprake is van een andere benadering van het trainen van docenten dan de meeste Afrikaanse schoolsystemen momenteel kennen. Trainingen moeten verder gaan dan de traditionele, eenmalige aanpak, door voortdurende steun te blijven bieden aan docenten. Nieuwe pedagogische systemen vergen ook voortdurend toezicht, vooral in het begin. Het oude “waterval”-model van het trainen van docenten zal eenvoudigweg niet meer werken.

Afrikaanse overheden kunnen, met de steun van de internationale gemeenschap, bijdragen aan een soepele transitie van leerlingen van school naar werk, door zich te verlaten op een curriculum dat het belang van “zachte” vaardigheden voorop stelt. Als dat goed wordt gedaan, kunnen deze veranderingen ervoor zorgen dat jonge mensen een goede uitgangspositie verkrijgen voor het bevorderen van de toekomstige welvaart van Afrika. De Afrikanen verdienen een op de toekomst gericht onderwijssysteem, niet één die in het verleden blijft steken. Zoals de studenten in Zuid-Afrika vorig jaar hebben aangetoond, zullen de jongeren van het continent met niets minder genoegen nemen.

Vertaling: Menno Grootveld