3

Alleen arme mensen sterven jong

ROTTERDAM – Mensen die lager op de sociaal-economische ladder staan (gerekend naar hun opleidingsniveau, beroep of inkomen) leven gemiddeld korter en minder gezond dan mensen op de hogere treden. De levensverwachting bij de geboorte verschilt vaak vijf tot tien jaar, afhankelijk van het sociaal-economisch welzijn, waarbij armere mensen tien tot twintig jaar langer last hebben van ziekte en invaliditeit dan hun rijkere tegenhangers.

In de negentiende eeuw zou deze situatie niet zo verrassend zijn geweest, gezien het lage relatieve inkomen, de wijdverbreide armoede en het gebrek aan sociale zekerheid. Maar dergelijke cijfers worden vandaag de dag ook algemeen gerapporteerd voor de hogeinkomenslanden, waaronder de landen die hoog scoren op de ranglijsten voor economische welvaart en menselijke ontwikkeling – zelfs de hoogontwikkelde West-Europese verzorgingsstaten.

Erdogan

Whither Turkey?

Sinan Ülgen engages the views of Carl Bildt, Dani Rodrik, Marietje Schaake, and others on the future of one of the world’s most strategically important countries in the aftermath of July’s failed coup.

Sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog hebben de West-Europese landen geprobeerd de sociaal-economische ongelijkheid in te dammen, of de gevolgen ervan te compenseren, via progressieve belastingen, sociale zekerheidsprogramma's en een brede reeks collectief gefinancierde voorzieningen, zoals sociale woningbouw, onderwijs, gezondheidszorg en culturele en vrijetijdsvoorzieningen. Maar hoewel dit beleid de ongelijkheid op bepaalde sociaal-economische terreinen inderdaad heeft teruggedrongen, zoals op het gebied van het inkomen, de kwaliteit van de woningen en de toegang tot de gezondheidszorg, is het niet in staat gebleken de ongelijkheid op het gebied van de gezondheid te elimineren.

Langetermijncijfers geven aan dat de sociaal-economische sterfelijkheidskloof vóór de jaren vijftig is vernauwd, maar sindsdien weer aanzienlijk is gegroeid. Curieuzer is het feit dat een genereuzer welzijnsbeleid zich niet vertaalt in kleinere gezondheidsverschillen. Zelfs de Scandinavische landen – wereldleiders als het aankomt op het creëren van universeel en goed ontworpen welzijnsbeleid dat burgers van de wieg tot het graf beschermt – kennen aanzienlijke gezondheidsverschillen, ondanks hun betrekkelijk geringe inkomensongelijkheid.

Het moet worden gezegd dat de moderne verzorgingsstaten de sociale ongelijkheid nog lang niet hebben uitgebannen. Verschillen in de toegang tot materiële en menselijke hulpbronnen blijven tot zeer ongelijkwaardige levens onder hun burgers leiden. Maar het doel van de verzorgingsstaat is nooit de radicale herverdeling van de welvaart geweest. Het welzijnsbeleid was eerder bedoeld om tot een compromis te komen tussen de belangen van werknemers en werkgevers, arbeiders en de middenklassen. Als gevolg daarvan was het herverdelingseffect bescheiden.

Terwijl een gedeeltelijk tekortschieten van de verzorgingsstaat dus kan helpen verklaren dat gezondheidsverschillen blijven voortbestaan, moet je naar andere zaken kijken om hun opkomst te kunnen doorgronden – en terug te draaien. Twee mogelijke verklaringen zijn opgedoken in de snel groeiende wetenschappelijke literatuur over dit onderwerp: selectieve opwaartse sociale mobiliteit en de vertraagde verspreiding van gedragsverandering. In werkelijkheid zijn beide factoren aan het werk.

In de twintigste eeuw is de sociale mobiliteit in alle hogeinkomenslanden langzaam maar gestaag toegenomen, waarbij schoolprestaties en beroepsmatige status minder afhingen van de gezinsachtergrond en méér van de cognitieve vermogens en andere persoonlijke kenmerken. Als gevolg hiervan zijn de lagere sociaal-economische groepen niet alleen in omvang afgenomen, maar ook homogener geworden in termen van de persoonlijke kenmerken die het risico van gezondheidsproblemen vergroten.

Bovendien hebben mensen met een hogere sociaal-economische positie de neiging nieuw gedrag het eerst te adopteren en gedrag makkelijker op te geven dat de gezondheid schaadt, zoals roken en het eten van verzadigde vetten. Daardoor verscherpen nieuwe gedragsaanbevelingen van de gezondheidsautoriteiten – althans tijdelijk – de gezondheidsverschillen.

In de West-Europese verzorgingsstaten doen zich aanzienlijke verschillen voor als het gaat om het wel of niet roken, het verrichten van fysieke inspanningen, eetgewoonten en de consumptie van alcohol. Het systeem van de verzorgingsstaat, dat in het leven was geroepen om de armoede te bestrijden, is minder effectief gebleken tegen 'welvaartsziekten' als hartaandoeningen en longkanker.

Dit alles benadrukt de noodzaak van creatieve oplossingen voor ongelijkheden die op onnodige en oneerlijke wijze de levenskwaliteit aantasten van de minst bedeelden, enorme gezondheidszorgkosten genereren, en een barrière opwerpen voor grotere participatie van de beroepsbevolking (waardoor in sommige landen de pogingen stranden om de pensioengerechtigde leeftijd op te trekken).

De afgelopen paar decennia is het sociale beleid in de meeste West-Europese landen afgedreven van de herverdeling. Dit is een vergissing, gezien het feit dat de gevolgen van deze verschuiving – de stijgende inkomensongelijkheid, de zwakkere sociale vangnetten en de verminderde toegang tot de gezondheidszorg – de gezondheidsverschillen op de langere termijn zullen verergeren.

In feite is een uitgebreid, beter toegespitst herverdelingsbeleid, dat rekening houdt met de gevolgen van selectieve opwaartse sociale mobiliteit en de verschillende mates van verspreiding van gedragsverandering, cruciaal voor de verbetering van de gezondheid van lagere sociaal-economische groepen. Inkomensondersteuning moet worden aangevuld door preventieve gezondheidsprogramma's, terwijl educatieve gezondheidsprogramma's kunnen helpen het verband tussen lage cognitieve vaardigheden en een slechte gezondheid te verminderen.

Gelijkwaardige toegang tot de gezondheidszorg is niet genoeg. Het verminderen van de gezondheidsverschillen vraagt om intensievere gezondheidszorg voor patiënten in de lagere sociaal-economische regionen, afgestemd op hun specifieke behoeften en problemen. De inkomsten uit de tabaksaccijns, die de lagere inkomensgroepen buitenproportioneel zwaar treft, moeten worden gebruikt om stop-met-roken-programma's te financieren die zich op minderbedeelde rokers richten.

Support Project Syndicate’s mission

Project Syndicate needs your help to provide readers everywhere equal access to the ideas and debates shaping their lives.

Learn more

Aanzienlijke en aanhoudende gezondheidsverschillen duiden erop dat, door de gezondheidsniveaus van minder goed opgeleide mensen met lagere inkomens te verhogen, er enorme stappen kunnen worden gezet in het verbeteren van de algehele gezondheidstoestand. Daarvoor moet het stelsel van sociale voorzieningen misschien tot op zekere hoogte worden hervormd, maar het resultaat ervan zou de moeite waard kunnen zijn.

Vertaling: Menno Grootveld