0

Routekaart voor het onderwijs tot 2030

LONDEN – Toen ik eerder dit jaar het Zaatari vluchtelingenkamp in Jordanië bezocht, ontmoette ik kinderen die me vertelden hoeveel onderwijs voor ze betekent. Voor Syrische jongeren die uit hun huizen zijn verdreven en alles verloren zijn gaat onderwijs over veel meer dan kwalificaties of behaalde cijfers; het belichaamt hun hoop voor de toekomst.

Kinderen zoals die in Zaatari en miljoenen anderen over de hele wereld staan centraal in het werk van de International Commission on Financing Global Education Opportunity, waar ik afgelopen september tot ben toegetreden. Deze commissie engageert zich aan het vierde Sustainable Development Goal van de Verenigde Naties, dat tot doel heeft om in 2030 ‘inclusief en eerlijk kwaliteitsonderwijs te garanderen en levenslange leermogelijkheden te bevorderen voor iedereen.’

Chicago Pollution

Climate Change in the Trumpocene Age

Bo Lidegaard argues that the US president-elect’s ability to derail global progress toward a green economy is more limited than many believe.

Dit doel is voor veel te veel kinderen nog verre toekomstmuziek. Op een moment dat zoveel ontwikkelingskwesties om onze aandacht vragen zouden beleidsmakers in gedachten moeten houden dat onderwijs niet alleen een doel op zichzelf is; het is ook een katalysator voor veel andere ontwikkelingsvooruitgang.

Een oud Afrikaans spreekwoord zegt dat als je een meisje onderwijst, je een gehele natie onderwijst. Het verzekeren van toegang tot kwalitatief goed onderwijs voor kinderen, vooral meisjes, zal leiden tot minder kindhuwelijken en minder kinderarbeid en uitbuiting. En scholing heeft ook lange termijnvoordelen voor de maatschappij; los van een vergroot politiek engagement leveren geschoolde kinderen intellectueel kapitaal en jagen ze zakenkansen na als ze ouder worden, wat de economische groei bevordert.

Het oplossen van de uitdagingen qua onderwijs moet beginnen bij twee principes die in het doel verankerd liggen.

Ten eerste ‘voor iedereen’; dit betekent dat we ons moeten concentreren op achtergestelde kinderen. Miljoenen kinderen gaan niet naar school of krijgen een ondermaatse educatie vanwege wie ze zijn of waar ze wonen. Volgens de Hoge Commissaris voor de Vluchtelingen van de VN gaan vluchtelingenkinderen vijf keer zo vaak niet naar school als andere kinderen in de landen waar ze naar toe zijn gevlucht. En op twee landen na blijft het voor meisjes in Afrika minder waarschijnlijk dan jongens om de lagere school af te maken. Om deze kinderen naar school te laten gaan hebben we behoefte aan nieuwe methodes die een directe aanpak voor hun uitsluiting bieden, en onderwijs echt toegankelijk en relevant maken.

Ten tweede ‘kwaliteitsonderwijs’; onderwijs moet effectief zijn, zodat kinderen ook echt iets leren. Voor de 61 miljoen kinderen die niet naar de lagere school gaan ligt een formele educatie buiten bereik. Maar net zo urgent is dat, volgens het UNESCO Education for All Global Monitoring Report, meer dan een derde van de kinderen in die wel naar de lagere school gaan – 250 miljoen  – geen basisvaardigheden leert. De helft van deze kinderen heeft op zijn minst vier jaar op school gezeten. We moeten de barrières tot leren doorbreken, zowel in het klaslokaal als thuis, door de kwaliteit van het onderwijs en de omstandigheden in het klaslokaal te verbeteren en door ouders te leren hoe ze de scholing van hun kinderen kunnen ondersteunen.

Het hooghouden van deze twee principes zal grotere invetseringen vergen. Afgelopen jaar berekende de UNESCO dat regeringen hun uitgaven aan onderwijs als onderdeel van het nationaal inkomen moeten verdubbelen om de doelen van 2030 te bereiken. Dit zal hogere belastinginkomsten vereisen en grotere inspanningen om deze collecteren. Ook donoren moeten toezeggingen waar maken en hun hulp effectiever richten. Zo gaat bijvoorbeeld minder dan een derde van de onderwijshulp naar Afrika, terwijl de regio bijna twee derde van de kinderen die niet naar school gaan huisvest. Bovendien zijn de onderwijsbudgetten momenteel vaak regressief, waarbij in de armste landen bijna de helft van de uitgaven wordt gealloceerd aan de hoogst geschoolde 10% van de bevolking.

Het gezond maken van de onderwijsinvesteringen vereist op twee cruciale vlakken actie.

Ten eerste hebben we behoefte aan een redelijke financiering, met meer investeringen in de zorg en ontwikkeling in de vroege kindertijd, waar het grootse winstpotentieel ligt. Begrotingen moeten gericht worden op de meest buitengesloten kinderen, en lager onderwijs moet vrij toegankelijk zijn, zodat elk kind kan leren. We hebben ook dringend behoefte aan meer transparantie en aansprakelijkheid, zodat begrotingen inzichtelijk worden en gemeenschappen een stem krijgen in schoolbesturen.

Ten tweede moeten we nationale onderwijssystemen versterken zodat regeringen zichzelf gaan zien als garantsteller van toegankelijke kwalitatief goede scholen voor hun burgers, in plaats de rol af te schuiven op ontwikkelingsorganisaties van buiten. We zouden in het bijzonder ons best moeten doen voor partnerschappen tussen de overheid en het zakenleven om de binnenlandse hulpmiddelen voor scholing te stimuleren, en illegale kapitaalstromen te elimineren die regeringen van de middelen beroven om dit te financieren, zoals door belastingontwijking en het over nationale grenzen heen witwassen van geld.

Fake news or real views Learn More

Met deze prioriteiten in het achterhoofd zal de onderwijscommissie op de Algemene Vergadering van de VN op 18 september zijn advies uitbrengen, en zal de secretaris-generaal ze in ontvangst zal nemen en hierop actie zal ondernemen. De onderwijscommissie zal pas in zijn missie geslaagd zijn als we in staat zijn de fondsen en politieke wil te bewerkstelligen die verzekeren dat elk kind kan leren, los van inkomen, woonplaats, of sociale status. Ons werk zal niet volbracht zijn tot dat dit het geval is.

Vertaling Melle Trap