24

Amerikanen moeten hopen tegen beter weten in

NEW YORK – Na een zware verkiezingscampagne, die ruim $2 mrd heeft gekost, hebben veel waarnemers de indruk dat er weinig is veranderd in de Amerikaanse politiek: Barack Obama is nog steeds president, de Republikeinen controleren nog steeds het Huis van Afgevaardigden, en de Democraten hebben nog steeds een meerderheid in de Senaat. Kan er, nu Amerika wordt geconfronteerd met een 'fiscal cliff' of 'begrotingsafgrond' – automatische belastingverhogingen en bezuinigingen die de economie waarschijnlijk in een recessie zullen doen belanden, tenzij beide partijen tijdig overeenstemming bereiken over een ontsnappingsroute –, iets ergers zijn dan een aanhoudende politieke patstelling?

De verkiezingen brachten in werkelijkheid diverse positieve effecten met zich mee, afgezien van het feit dat is gebleken dat je met ongelimiteerde campagnegiften geen verkiezingsoverwinning kunt kopen en dat demografische veranderingen in de Verenigde Staten een einde kunnen maken aan het Republikeinse extremisme. De expliciete campagne van de Republikeinen in sommige staten om kiezers hun stemrecht te ontnemen – zoals in Pennsylvania, waar ze hebben geprobeerd het voor Afro-Amerikanen en Latino's moeilijker te maken zich als kiezer te laten registreren – is mislukt: degenen wier rechten werden bedreigd werden er juist door gemotiveerd om hun stem uit te brengen. In Massachusetts heeft Elizabeth Warren, een hoogleraar in de rechten aan de Universiteit van Harvard, en een onvermoeibaar strijdster voor hervormingen ter bescherming van gewone burgers tegen de kwalijke praktijken van banken, een Senaatszetel gewonnen.

Een paar adviseurs van Mitt Romney leken verbaasd door Obama's overwinning: zouden de verkiezingen niet over de economie zijn gegaan? Ze hadden er alle vertrouwen in dat de Amerikanen waren vergeten hoe de ijver van de Republikeinen om alles te dereguleren de economie aan de rand van de afgrond had gebracht, en dat de kiezers niet hadden opgemerkt hoe hun onverzettelijkheid in het Congres ervoor had gezorgd dat er in het kielzog van de crisis van 2008 geen effectiever beleid was gevoerd. De kiezers, zo hadden zij verondersteld, zouden zich louter op de huidige economische malaise richten.

De Republikeinen hadden echter niet mogen worden verrast door de belangstelling van de Amerikanen voor zaken als seksegelijkheid en het ontnemen van het kiesrecht aan stemgerechtigden. Hoewel deze zaken de kern van de waarden van een land raken – wat we bedoelen met 'democratie' en met 'beperkingen van de inmenging van de overheid in het leven van individuen' – zijn het ook economische kwesties. Zoals ik heb uitgelegd in mijn boek The Price of Inequality  kan een groot deel van de Amerikaanse economische ongelijkheid worden toegeschreven aan een regeringsbeleid waarop de rijken een onevenredig grote invloed hebben, om die invloed vervolgens te benutten om zichzelf te verschansen. Het ligt voor de hand dat kwesties als het recht op nageslacht en het homohuwelijk ook grote economische gevolgen kennen.