6

Een vredesagenda voor de mondiale ontwikkeling

MONROVIA, LIBERIA – Deze week komen de 27 leden van het High-level Panel of Eminent Persons on the Post-2015 Development Agenda bijeen in Monrovia, Liberia, om secretaris-generaal Ban Ki-moon te adviseren. Tijdens deze bijeenkomst zal het Panel een “stoutmoedige, maar praktische” visie ontvouwen voor gezamenlijke actie op het gebied van de duurzame ontwikkeling.

Terwijl deze discussies – onder het gastvrouwschap van de Liberiaanse president en winnares van de Nobelprijs voor de Vrede Ellen Johnson Sirleaf, de Indonesische president Susilo Bambang Yudhoyono en de Britse premier David Cameron – plaatsvinden, worden de nabijgelegen Sahel en het Grote Meren-gebied nog steeds geplaagd door geweld en conflicten. In veel Afrikaanse landen (om maar te zwijgen van Syrië en elders) is sprake van grootschalige ontheemding en onbeschrijfelijk menselijk leed, waardoor de ongekende economische vooruitgang van het continent van de afgelopen tien jaar ongedaan gemaakt dreigt te worden.

Het Panel (waarvan ik deel uitmaak) moet de kans grijpen die deze bijeenkomst biedt om bij te dragen aan een mondiale ontwikkelingsagenda die de vicieuze cirkel van armoede en conflicten doorbreekt, waardoor de economische activiteit wordt gesmoord en het menselijk welzijn wordt ondermijnd.

Ruim tien jaar lang hebben de Millennium Development Goals (MDGs), die over twee jaar aflopen, een raamwerk geboden voor internationale ontwikkelingssamenwerking, met de nadruk op de mondiale armoedebestrijding. Bij het ontwikkelen van een nieuwe, samenhangende vervolgagenda moeten de wereldleiders inzien dat – hoewel de MDGs miljoenen mensen over de hele wereld in staat hebben gesteld te ontsnappen aan ongeletterdheid, ziekten en honger – hun totale invloed ontoereikend is geweest, met name in kwetsbare, door conflicten verscheurde landen. Uit statistieken van de Wereldbank blijkt dat geen enkel door een conflict getroffen arm land ook maar één van de milleniumdoelstellingen heeft verwezenlijkt, een weerspiegeling van het onvermogen van de MDGs om problemen aan te pakken die het gevolg zijn van georganiseerd geweld en onveiligheid.