7

Een glimpje hoop in Iran

BERLIJN – Niemand had rekening kunnen houden met de overwinning van Hassan Rohani bij de presidentsverkiezingen in Iran. Zelfs Opperste Leider ayatollah Ali Khamenei was waarschijnlijk behoorlijk verbaasd door de triomf van Rohani in de eerste ronde, na een campagne waaraan aanvankelijk acht kandidaten meededen. Als gevolg hiervan zouden de onderhandelingen met Iran over zijn nucleaire programma, net als de burgeroorlog in Syrië, een nieuwe dynamiek kunnen krijgen. Maar zo gaat dat in het Midden-Oosten: je weet nooit wat er om de hoek ligt.

Dit jaar markeert de tiende verjaardag van de start van de onderhandelingen, op het niveau van de ministers van Buitenlandse Zaken, tussen Iran en het Europese triumviraat van Duitsland, Frankrijk en Engeland, over het nucleaire programma van Iran. Ik was er destijds bij, als vertegenwoordiger van Duitsland, evenals Rohani, die leiding gaf aan de Iraanse delegatie.

De gesprekken hebben zonder enig tastbaar resultaat tot op de dag van vandaag voortgeduurd – in een uitgebreide vorm, waarbij Duitsland en de vijf permanente leden van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties zijn aangeschoven (de P5+1). Nu bemoeit Rohani zich opnieuw met de riskante aangelegenheid van het Iraanse nucleaire programma, zij het ditmaal als president. Wat kunnen we – en hij – verwachten?

Afgaande op mijn eigen ervaringen is Rohani een beleefde en open persoonlijkheid. Anders dan de vertrekkende president Mahmoud Ahmadinejad omringt hij zichzelf met zeer vaardige en ervaren diplomaten. Maar er mag geen twijfel over bestaan dat hij een man van het regime is – een realist en een gematigd lid van de politieke elite van de Islamitische Republiek – en geen vertegenwoordiger van de oppositie. En uiteraard steunt hij het nucleaire programma van Iran.