8

Het verkeerde medicijn

BERKELEY – De crisis van de staatsfinanciën die Europa overspoelt is niet veroorzaakt door een verkwistend begrotingsbeleid, en zal ook niet worden opgelost door straffe bezuinigingen. Integendeel, de crisis wordt alleen maar verergerd door de bezuinigingen, die de euro onderuit halen en de wereldeconomie in een nieuwe duikvlucht dreigen te storten.

In 2007 waren Spanje en Ierland schoolvoorbeelden van begrotingsdiscipline, met een verhoudingsgewijs veel lagere staatsschuld dan Duitsland. Beleggers maakten zich geen zorgen over het risico dat Spanje of Ierland hun schulden niet zouden kunnen afbetalen, of over de aanhoudend hoge staatsschuld van Italië. Italië beroemde zich zelfs op het relatief laagste begrotingstekort van de eurozone, en de Italiaanse regering kon haar schulden makkelijk herfinancieren tegen een aantrekkelijke rente. Zelfs Griekenland kon, ondanks de snel eroderende concurrentiekracht en het steeds onhoudbaarder wordende begrotingstekort, het kapitaal aantrekken dat het land nodig had.

Misleid door het naar elkaar toe groeien van de rentepercentages op staatsobligaties na de lancering van de euro hebben beleggers een tien jaar durende kredietbloei gevoed in de particuliere sector van de minder ontwikkelde landen in de Europese periferie, en de vastgoedzeepbellen in Spanje en Ierland niet tijdig onderkend, evenmin als het wegglijden van Griekenland. Toen de groei scherp vertraagde en de kredietstromen in het kielzog van de Grote Recessie opdroogden, zijn de belastinginkomsten gekelderd, hebben overheden zich gedwongen gezien de schulden van de particuliere sector te socialiseren, en zijn de begrotingstekorten en de staatsschulden de pan uitgerezen.

Met uitzondering van Griekenland was de verslechtering van de overheidsfinanciën een symptoom van de crisis en niet de oorzaak ervan. Bovendien was de verslechtering voorspelbaar: uit de geschiedenis blijkt dat de staatsschuld explodeert in het kielzog van recessies die het gevolg zijn van financiële crises.

Het bewijsmateriaal overziend hebben de Europese leiders onder leiding van Duitsland het probleem verkeerd gediagnosticeerd als het gevolg van een spilziek begrotingsbeleid, waarvoor pijnlijke bezuinigingen het enige medicijn zijn. Op basis van dit inzicht is een aanzienlijke en snelle terugdringing van het begrotingstekort een voorwaarde voor het herstel van de geloofwaardigheid van regeringen en het beleggersvertrouwen, het indammen van de besmetting, het omlaag brengen van de rente en het doen opleven van de economische groei.

Er schuilt ook een element van risicobeheer in het bezuinigingspleidooi: soepele terugbetalingsvoorwaarden voor spilzieke regeringen zullen roekeloos gedrag in de toekoms bevorderen – want als je in het verleden begane zonden vergeeft, moedig je het zondigen alleen maar aan. Bovendien mogen deugdzame crediteuren onverantwoordelijke debiteuren niet te hulp schieten, ongeacht of het particuliere of publieke schuldenaren betreft. Vanuit dit perspectief zijn bezuinigingen noodzakelijk en de juiste straf voor onverlaten als Griekenland, Spanje en Italië.

Maar de bezuinigingen werken niet en zijn feitelijk contraproductief. Op de korte tot middellange termijn leidt fiscale consolidatie – of dit nu in de vorm geschiedt van lagere overheidsuitgaven of hogere belastingen –  tot een teruggang van de productie en de werkgelegenheid. Dat levert lagere belastinginkomsten, hogere tekorten en een hogere staatsschuld in verhouding tot het bbp op. Slimme beleggers en gefrustreerde kiezers zien in dat lage groei en hoge werkloosheid op de korte termijn het begrotingstekort en de staatsschuld doen oplopen. Dat is de reden dat de rente, na meer dan twee jaar, nog steeds stijgt en niet daalt in de landen die zuchten onder de zware bezuinigingen.

In feite bestaat er geen eenvoudig verband tussen de omvang van het begrotingstekort of de schuldenlast van een staat en de rente die die staat moet betalen. Britse staatsobligaties bieden nu een veel lagere rente dan die van Frankrijk, Italië of Spanje, ook al is de begrotingspositie van het Verenigd Koninkrijk veel slechter.

Griekenland zit gevangen in een klassieke schuldenval, omdat de rente op zijn staatsschuld nu aanzienlijk hoger is dan het groeipercentage van zijn bbp nog kan bijbenen. Spanje staat op de rand van de afgrond. De bezuinigingsdrift in Europa heeft de waarschuwing van het Internationale Monetaire Fonds bevestigd dat een overdreven fiscale consolidatie de economische activiteit ondermijnt, het marktvertrouwen doet wegebben en de steun onder de bevolking voor aanpassingen vermindert.

Op de langere termijn hebben veel landen van de eurozone, waaronder Duitsland, behoefte aan fiscale consolidatie om de verhouding tussen hun schuldenlast en hun bbp te stabiliseren en omlaag te brengen. Maar dit proces zou geleidelijk moeten verlopen en moeten worden uitgesteld tot de Europese economieën weer duurzaam aan het groeien zijn.

Structurele hervormingen zijn in de meeste Europese economieën nodig om de concurrentiekracht te versterken en de potentiële groei kracht bij te zetten. Maar zulke hervormingen kosten tijd: de Duitse bondskanselier Angela Merkel lijkt vergeten te zijn dat het meer dan tien jaar en ruwweg €2 bln aan subsidies voor structurele hervormingen heeft gekost om het vroegere Oost-Duitsland concurrerend te maken ten opzichte van de rest van het land.

De Italiaanse premier Mario Monti en de Franse president François Hollande hebben gelijk: Europa heeft een stoutmoedig, gecoördineerd beleid nodig om de groei aan te jagen, plus marktgerichte structurele hervormingen om de concurrentiekracht te bevorderen en een versoepeling van de begrotingsdoelstellingen, totdat de productie en de werkgelegenheid zich hebben hersteld.

Maar hoe kunnen belangrijke nieuwe groei-initiatieven worden gefinancierd? De werkelijkheid is dat de rest van Europa de groei niet kan doen herleven zonder Duitsland, en dat Duitsland blijft vasthouden aan het bezuinigingsmedicijn.

Met een bescheiden begrotingstekort, een ultra-lage rente en een groot overschot op de betalingsbalans heeft Duitsland de financiële vuurkracht om een aanzienlijke impuls te geven. Maar Duitsland ziet geen reden om zijn eigen economie te stimuleren, en is slechts bereid tot het overwegen van bescheiden maatregelen voor de eurozone, zoals extra kapitaal voor de Europese Investeringsbank, een klein proefprogramma voor 'projectobligaties' van de Europese Unie voor investeringen in infrastructuur en een versnelde uitgave van nog niet bestede structuurfondsen van de Europese Unie. Duitsland weigert zelfs toe te staan dat de bestedingen aan infrastructurele projecten met een hoge prioriteit worden uitgezonderd van de onrealistische doelstellingen van het nieuwe 'begrotingspact' van de EU.

Ondanks pleidooien van het IMF en de OESO blijft Duitsland ook onverzoenlijk gekant tegen euro-obligaties, die de financieringsmogelijkheden voor andere lidstaten van de eurozone zouden kunnen verruimen en de middelen van het Europese Stabiliteits Mechanisme zouden kunnen versterken. Dit ESM biedt momenteel geen geloofwaardige bescherming tegen een run op Spaanse of Italiaanse staatsobligaties – of op de Europese banken die deze obligaties bezitten. De steeds verder uit de hand lopende bankencrisis, waarbij sprake is van een kapitaalvlucht uit de periferie van de eurozone, zorgt ervoor dat de groeivooruitzichten van Europa nóg somberder zijn.

Het is waarschijnlijk te laat om Griekenland te redden. Maar een verschuiving naar een beleid dat de groei bevordert, ondersteund door de versoepeling van de begrotingsdoelstellingen en de uitgifte van euro-obligaties, is van cruciaal belang om Europa te behoeden voor een langdurige recessie, de Europese financiële markten te stabiliseren en een nieuwe ontwrichting van de mondiale kapitaalmarkten te voorkomen.

Vertaling: Menno Grootveld