19

De verhaalswaarde van de afzwakkende wereldeconomie

NEW HAVEN – De laatste tijd ontvangen we signalen van een afzwakkende wereldeconomie en veel mensen vragen zich af hoe sterk de economische prestaties de komende jaren gaan terugvallen. Gaan we een langdurige wereldwijde malaise tegemoet, of mogelijk zelfs een depressie?

Prognoses maken is echter lastig: vandaag de dag worden we geconfronteerd met het fundamentele probleem dat de uiteindelijke oorzaken van de terugval vooral psychologisch en sociologisch van aard zijn. Zij houden verband met een schommelend vertrouwen en met veranderende psychologische drijfveren, de “animal spirits” waarover ik samen met George Akerlof heb geschreven. Volgens ons geven dergelijke ontwikkelingen weer dat er andere verhalen onder mensen gaan leven die zich als epidemieën verspreiden en mensen anders naar de wereld laten kijken. Deze aspecten zijn echter moeilijk te kwantificeren.

Feit is dat de meeste professionele economen zich niet al te mistroostig over de vooruitzichten voor de wereldeconomie uitlaten. Zo kwam de OESO op 6 september met een tussentijds rapport over de wereldwijde vooruitzichten op korte termijn, geschreven door Pier Carlo Padoan, dat het doodnuchter alleen maar heeft over “aanzienlijke risico’s” aan de horizon – onzekerheidstaal ten top!

Het probleem is namelijk dat de statistische modellen in het instrumentarium van economen onder normale omstandigheden dienen te worden toegepast. Daarom willen economen de situatie natuurlijk het liefst als normaal beschrijven. Als de huidige terugval lijkt op andere groeivertragingen in recente decennia, dan kunnen we namelijk hetzelfde soort herstel voorspellen.

Zo brachten James Stock van Harvard University en Mark Watson van Princeton University dit voorjaar bij het Brookings Institution in Washington een paper uit waarin een nieuw dynamisch factormodel werd onthuld op basis van gegevens uit 1959-2011. Zij lieten de Grote Depressie dus buiten beschouwing en beweerden dat de recente terugval in de Verenigde Staten feitelijk niet afwijkt van andere recente groeivertragingen, maar alleen wat sterker is.

In hun model worden de bronnen van alle recessies teruggebracht tot slechts zes schokken, via de factoren “olie, monetair beleid, productiviteit, onzekerheid, liquiditeit/financieel risico en begrotingsbeleid”. Het model verklaart het grootste deel van de terugval vanaf 2007 aan de hand van slechts twee van deze factoren: “onzekerheid” en “liquiditeit/financieel risico.” Maar zelfs al zouden we die conclusie überhaupt aanvaarden, dan blijven we ons toch afvragen wat de afgelopen jaren die grote schokken in “onzekerheid” en “liquiditeit/financieel risico” heeft veroorzaakt en hoe betrouwbaar dergelijke schokken voorspeld kunnen worden.

Kijkend naar de gegevens over externe economische schokken van de afgelopen twee jaar zien we allerlei verhalen voorbijkomen waarvan we het exacte belang niet kunnen bepalen. Het enige wat we weten, is dat de meesten van ons deze verhalen vele malen gehoord hebben.

Prominent is daarbij het verhaal over de Europese financiële crisis. Daar wordt overal ter wereld over gesproken. Het tussentijdse rapport van de OESO noemde deze crisis zelfs “het belangrijkste risico voor de wereldeconomie.” Dat lijkt echter onwaarschijnlijk: waarom zou de Europese crisis elders in de wereld zo belangrijk zijn?

Dit laat zich natuurlijk deels verklaren door de opkomst van de wereldhandel en de financiële markten. Maar landen zijn niet uitsluitend via marktprijzen direct met elkaar verbonden. De wisselwerking van de massapsychologie speelt waarschijnlijk ook een rol.

Zo komen we uit bij het belang van verhalen. De verhaalswaarde ligt echter heel ver verwijderd van het soort statistische analyses van Stock en Watson. Volgens psychologen vindt het menselijk denken in verhaalstructuren plaats: mensen herinneren zich verhalen en worden daardoor gemotiveerd, met name door human interest-verhalen over echt bestaande mensen. Alledaagse verhalen krijgen daarbij veelal morele dimensies. Als het slecht afloopt, denken mensen vaak dat de morele vastberadenheid op de een of andere manier verloren is gegaan.

De Europese crisis begon met het verhaal van een instortende Griekse economie, maar het lijkt er inmiddels op dat de gehele wereldeconomie wordt bedreigd door de gebeurtenissen in een land met slechts 11 miljoen inwoners. Het economische belang van verhalen hangt echter niet nauw samen met de geldswaarde (die, als het al mogelijk is, ook pas achteraf bepaald kan worden). In plaats daarvan is de verhaalswaarde bepalend.

Het verhaal van de Griekse crisis begon in 2008 met berichten over wijdverbreide protesten en stakingen toen de Griekse regering de pensioenleeftijd wilde verhogen om zo een pensioenfinancieringstekort te kunnen aanpakken. De berichtgeving in de wereldwijde nieuwsmedia liet zien hoe de Grieken hun rechten op excessieve wijze deden gelden. Zij gingen in protest de straat op, ook al was de verhoging van de pensioenleeftijd beperkt. (Zo zou de pensioenleeftijd voor vrouwen met kinderen of met gevaarlijke beroepen van 50 naar slechts 55 jaar gaan, terwijl de uitkering volledig gehandhaafd bleef.)

Waarschijnlijk heeft dat verhaal buiten Griekenland al wat kletspraatjes in de wereld gebracht, maar het kreeg tot eind 2009 weinig internationale aandacht. Toen raakte de markt voor Grieks schuldpapier echter steeds meer verstoord, terwijl de stijgende rente de overheid verder in problemen bracht. Dat nieuws verscheen bovenop berichten over Griekse spilzucht en zo werd een negatieve spiraal in gang gezet die steeds meer publieke belangstelling trok en uiteindelijk zelfs crises in andere Europese landen aanwakkerde. Het Griekse verhaal ging net als een video op YouTube als een lopend vuurtje rond.

Hier kan tegenin gebracht worden dat de meeste mensen buiten Europa de Europese crisis heus niet nauwgezet volgden en dat de minst geïnformeerden er niet eens van gehoord hebben. Maar in ieder land volgen opiniemakers, vrienden en bekenden van de minst geïnformeerden de berichten wel en hun invloed kan een atmosfeer creëren waarin iedereen minder wil uitgeven.

Het Griekse verhaal lijkt in de hoofden van veel mensen gekoppeld te worden aan verhalen over de vastgoed- en aandelenmarktzeepbellen die in 2007 aan de huidige crisis voorafgingen. Deze financiële zeepbellen waren het gevolg van te ruime leencondities en een excessieve leenbehoefte. Wilde de Griekse overheid ook niet schulden aangaan om overvloedige pensioenregelingen te kunnen betalen? Mensen beschouwen de Griekse crisis hierdoor niet alleen als een metafoor, maar ook als een moraliteitsverhaal, met als natuurlijk gevolg dat zij zich achter bezuinigingsprogramma’s schaarden die de situatie alleen maar erger kunnen maken.

Het Europese verhaal staat ons nu overal ter wereld levendig voor ogen. Zozeer zelfs dat deze crisis, ook al lijkt die bevredigend aangepakt te worden, pas vergeten wordt als weer een nieuw verhaal de aandacht van het publiek vraagt. Ook dan zullen we, net als nu, de vooruitzichten voor de wereldeconomie pas volledig kunnen begrijpen als we rekening houden met het verhaal dat in de hoofden van de mensen leeft.

Vertaling: Willemien Rijsdijk