7

De uitgestelde rekening voor de eurozone

NEW YORK – De risico's voor de eurozone zijn sinds deze zomer, toen een vertrek van Griekenland onvermijdelijk leek en de leenkosten van Spanje en Italië nieuwe, onhoudbare hoogten hadden bereikt, afgenomen. Maar hoewel de financiële spanningen sindsdien minder zijn geworden, blijven de economische omstandigheden in de periferie van de eurozone uiterst wankel.

Diverse factoren zijn verantwoordelijk voor de vermindering van de risico's. Om te beginnen is het programma van de Europese Centrale Bank van 'regelrechte monetaire transacties' ongelooflijk effectief gebleken: de rente op de staatsobligaties van Spanje en Italië is met ongeveer 250 basispunten gedaald, nog voordat er ook maar één euro is uitgegeven aan het opkopen van deze obligaties. De invoering van het Europese Stabiliteits Mechanisme (ESM), dat nog eens €500 mrd ter beschikking stelt voor de ondersteuning van banken en staten, heeft ook geholpen, evenals de erkenning van de Europese leiders dat een monetaire unie zonder verdere inbedding instabiel en onvolledig is, en dat er een diepere integratie van bankstelsels, begrotingen, economische en politieke instellingen zal moeten plaatsvinden.

Maar wellicht het allerbelangrijkst is dat de houding van Duitsland ten opzichte van de eurozone in het algemeen en van Griekenland in het bijzonder is veranderd. Duitse functionarissen begrijpen nu dat – gezien de onderlinge verbanden op het gebied van handel en financiën – een wanordelijk vertrek uit de eurozone niet alleen de periferielanden schade zal berokkenen, maar ook de kern. Zij zijn opgehouden publieke uitspraken te doen over een mogelijk Grieks uittreden en hebben zojuist een derde steunpakket voor het land gesteund. Zolang Spanje en Italië kwetsbaar blijven, kan een escalatie van het Griekse schuldenprobleem tot ernstige besmetting leiden vóór de Duitse parlementsverkiezingen van volgend jaar en de kansen in gevaar brengen dat Angela Merkel nog een termijn kan aanblijven als bondskanselier. Daarom zal Duitsland Griekenland voorlopig blijven financieren.

Niettemin vertoont de periferie van de eurozone weinig tekenen van herstel: het bruto binnenlands product blijft krimpen, als gevolg van de aanhoudende bezuinigingen, de buitensporige kracht van de euro, een ernstige kredietcrisis door het kapitaaltekort van de banken, en het lage vertrouwen van bedrijven en consumenten. Bovendien breidt de recessie zich nu uit van de periferie naar de kern van de eurozone, waar de productie van Frankrijk krimpt en zelfs die van Duitsland stokt, nu de groei op de twee voornaamste exportmarkten daalt (de rest van de eurozone) of vertraagt (China en elders in Azië).

Daarnaast gaat de versplintering van de economische activiteit, de bankstelsels en de markten voor staatsschulden gewoon door, omdat buitenlandse beleggers de periferie van de eurozone ontvluchten en bescherming zoeken in de kernlanden. De schuldenlasten, zowel die van particulieren als van staten, zijn hoog en mogelijk onhoudbaar. Het verlies aan concurrentiekracht dat tot de grote externe tekorten heeft geleid wordt immers nauwelijks aangepakt, terwijl de potentiële groei wordt verzwakt door negatieve demografische ontwikkelingen, zwakke productiviteitswinsten en de trage tenuitvoerlegging van structurele hervormingen.

Er is de afgelopen jaren beslist enige vooruitgang geboekt in de periferie van de eurozone: de begrotingstekorten zijn teruggedrongen, en sommige landen hebben nu primaire begrotingsoverschotten (de fiscale balans minus de rentebetalingen). Ook het verlies aan concurrentiekracht is gedeeltelijk gekeerd, omdat de lonen zijn achtergebleven bij de productiviteitsgroei, zodat de arbeidskosten per eenheid zijn verminderd. Sommige structurele hervormingen zijn nog aan de gang.

Maar op de korte termijn leiden bezuinigingen, lagere lonen en hervormingen tot recessies, terwijl het aanpassingsproces in de eurozone asymmetrisch en deflatie-veroorzakend is geweest. De landen die meer uitgaven dan ze verdienden zijn gedongen minder te besteden en meer te sparen, zodat het tekort op hun handelsbalans afnam; maar landen als Duitsland, die te veel spaarden en externe overschotten hadden, zijn niet gedwongen zich aan te passen door de binnenlandse vraag aan te jagen, zodat het overschot op hun handelsbalans hoog is gebleven.

Intussen blijft de monetaire unie in een instabiele onbalans verkeren: de eurozone zal zich in de richting van een vollediger integratie bewegen (afgetopt door een politieke unie om democratische legitimiteit te verlenen aan het verlies van nationale soevereiniteit op het gebied van bankzaken, begrotingszaken en economische zaken), of zij zal desintegreren, fragmenteren en uiteindelijk uiteenvallen. En hoewel de leiders van de Europese Unie voorstellen hebben gedaan voor een bankenunie en een begrotingsunie, staat Duitsland nu op de rem.

De Duitse leiders zijn bang dat de risico-delende elementen van een diepere integratie (de herkapitalisering door het ESM van de banken, een gemeenschappelijk fonds voor het liquideren van insolvabele banken, een zich over de hele eurozone uitstrekkende depositoverzekering, meer bevoegdheden voor de Europese Unie op het gebied van de begrotingen, en wederzijdse aansprakelijkheid voor elkaars schulden) een politiek onaanvaardbare overdrachtsunie ten gevolg zullen hebben, waardoor Duitsland en de andere kernlanden eenzijdig en permanent de periferie zullen moeten subsidiëren. Duitsland gelooft dus dat de problemen van de periferie niet het gevolg zijn van het ontbreken van een bankenunie of van een begrotingsunie; in de Duitse optiek zijn de grote begrotingstekorten en staatsschulden een weerspiegeling van de lage potentiële groei en het verlies aan concurrentiekracht als gevolg van het gebrek aan structurele hervormingen.

Duitsland ziet uiteraard niet onder ogen dat succesvolle monetaire unies als de Verenigde Staten een volledige bankenunie kennen met aanzienlijke risico-delende elementen, en een begrotingsunie waarbij specifieke schokken voor de productie van individuele staten worden opgevangen door de federale begroting. De VS zijn óók een grote overdrachtsunie, waarin de rijkere staten de armere voortdurend subsidiëren.

Tegelijkertijd is er, terwijl de voorstellen voor een bankenunie, een begrotingsunie en een politieke unie worden overwogen, weinig discussie over de vraag hoe de groei op de korte termijn moet worden hersteld. De Europeanen zijn bereid de broekriem aan te trekken, maar zij moeten licht aan het einde van de tunnel zien, in de vorm van inkomens- en banengroei. Als de recessie zich verdiept, zal de sociale en politieke reactie tegen de bezuinigingen overweldigend worden: stakingen, rellen, geweld, demonstraties, de opkomst van extremistische politieke partijen, en de ineenstorting van zwakke regeringen. En om de verhouding tussen de staatsschuld en het bruto binnenlands product te stabiliseren, moet de noemer gaan stijgen, want anders wordt het schuldenniveau ondragelijk, ondanks alle pogingen om het omlaag te krijgen.

De risico's van een Grieks vertrek uit de eurozone of een omvangrijk verlies van de toegang tot de markten voor Italië en Spanje zijn voor 2013 teruggedrongen. Maar de fundamentele crisis van de eurozone is niet opgelost, en nóg een jaar van aanmodderen kan deze risico's in 2014 en daarna in een virulentere vorm laten opleven. Helaas zal de crisis in de eurozone de komende jaren vermoedelijk nog niet wijken, waardoor de waarschijnlijkheid van gedwongen schuldsaneringen en een uittocht uit de euro blijft bestaan.

Vertaling: Menno Grootveld