13

Een metafoor voor Obama

NEW HAVEN – Nu de Amerikaanse president Barack Obama aan zijn tweede termijn begint, heeft hij behoefte aan een eenvoudige manier om uitdrukking te geven aan zijn visie en zijn economische beleid – een metafoor waaromheen de steun voor zijn beleid zich kan kristalliseren, zodat de effectiviteit van zijn regering wordt bevorderd. Wat zorgt er nu voor dat een metafoor werkt?

De Obama-campagne van 2008 maakte gebruik van de slogan “Verandering waarin we kunnen geloven.” Maar “Verandering” is geen goede metafoor voor een nieuwe regering: er wordt geen enkel beleid mee aangeduid. Ook niet door “Hoop” of “Ja, we kunnen!”

De Obama-campagne uit 2012 Obama gebruikte de uit één woord bestaande slogan “Voorwaarts!” Ook dat zegt weer niets over het beleid of de onderliggende filosofie. Iedere politicus, progressief of conservatief, wil vooruit en niet achteruit.

Obama’s slogans zijn voorbeelden van 'dode metaforen': ze maken geen deel uit van een overkoepelend conceptueel programma.

President Franklin Roosevelt gebruikte daarentegen in de jaren dertig een metafoor die ook vandaag de dag nog steeds springlevend is. Het idee van een 'new deal' werd bedacht tijdens zijn eerste verkiezingscampagne in 1932, hoewel het destijds nog heel vaag was waar die term nu precies voor stond.

Blijkbaar hebben Roosevelt of zijn speechschrijvers de term geleend van A New Deal, een boek van Stuart Chase dat in 1932 was verschenen en in datzelfde jaar werd verwerkt tot een omslagverhaal voor het tijdschrift The New Republic. Chase omschreef zijn 'new deal' in algemene termen als “de drastische en progressieve herziening van de economische structuur, zonder een absolute breuk met het verleden.” En hoewel de specifieke beleidsvoorstellen van het boek in weinig leken op de latere beleidsdaden van Roosevelt, had de titel een intrinsieke aantrekkingskracht die hij moet hebben onderkend.

De New Deal schiep een beeld van een handelstransactie, zoals het opkopen van een bedrijf of een bonuspakket voor managers – iets waar de contracterende partijen over onderhandelen en afspraken over maken. Het is niet iets dat wordt opgelegd. Door het een 'deal' te noemen, maakte Roosevelt duidelijk dat het plan niet anti-bedrijfsleven was: het klonk als een aanbod om te werken, om deel te nemen, om een kans te grijpen. En omdat deals goed of slecht kunnen zijn, of eerlijk of juist niet, voegde het woord 'nieuw' er metaforische diepte aan toe, waardoor werd gesuggereerd dat Roosevelts deal beter, eerlijker en aantrekkelijker was.

De metafoor, die in overweldigende mate werd omarmd door de kiezers, stond voor Roosevelts mandaat om de kwakkelende economie te repareren op manieren die vernieuwend, maar in essentie nog steeds kapitalistisch waren. Een aantal van de initiatieven van zijn regering, zoals de oprichting van de beurswaakhond SEC (Securities and Exchange Commission), kwam op sommigen destijds als anti-bedrijfsleven over, maar zijn sindsdien allang aanvaard als een stimulans voor de concurrentie en de dynamiek door oneerlijk of manipulatief gedrag in te dammen.

Het blijkt dat metaforen niet alleen maar woorden zijn. De moderne neurowetenschappen laten zien dat metaforen bevorderlijk zijn voor de creativiteit, omdat hun gebruik diverse gebieden van de hersenen activeert, die in verband staan met hun verschillende betekenissen. Goede metaforen zijn metaforen die de juiste intuïtieve connecties in onze hersenen stimuleren. Er werd bijvoorbeeld veel vooruitgang geboekt op het terrein van het begrip van geluid en licht toen wetenschappers zich deze verschijnselen gingen voorstellen als golven.

Het formuleren van een goede metafoor voor de tweede ambtstermijn van Obama is op zichzelf een opgave die vraagt om intuïtief creatief denkwerk, en moet aansluiten bij wat hij in die tweede termijn voor beleidsvoorstellen zal gaan doen. Een goede metafoor zou het idee van een 'inclusieve economie' kunnen omvatten. Het woord 'inclusief' heeft een krachtige weerklank: Amerikanen willen niet per se méér overheid; ze willen liever dat de overheid ervoor zorgt dat meer mensen aan het werk kunnen in de markteconomie. Uit opiniepeilingen blijkt dat Amerikanen vooral geïnteresseerd zijn in werkgelegenheid – het startpunt van al het 'inclusieve denken.'

De parallel met het boek van Chase vandaag de dag is de bestseller uit 2012 Why Nations Fail van de econoom Daron Acemoglu en de politicoloog James Robinson. Acemoglu en Robinson betogen dat door de hele geschiedenis heen politieke systemen, die iedereen betrekken bij het economische proces, een grotere kans hebben om op de langere termijn succes te boeken.

De tijd lijkt rijp voor dit idee, en het past goed bij de triomf van het 'inclusieve denken' die door Obama zelf wordt gesymboliseerd. Maar er is nóg een stap in de metaforenbouw nodig waarin het idee van 'economische insluiting' of 'betrokkenheid' kan worden meegenomen.

De grootste successen van de eerste ambtstermijn van Obama hadden te maken met een dergelijke 'economische insluiting.' De Affordable Care Act (“Obamacare”) heeft ervoor gezorgd dat meer mensen toegang hebben tot de gezondheidszorg – en tot particuliere ziektekostenverzekeringen – dan ooit tevoren in de Verenigde Staten. De financiële hervormingen van de Dodd-Frank Act riepen het Consumer Financial Protection Bureau in het leven, zodat financiële producten van particuliere ondernemingen het publiek beter kunnen dienen, en zorgden voor prikkels voor de derivatenhandel op de publieke markten. En hij ondertekende de  JOBS Act, voorgesteld door zijn Republikeinse tegenstanders, die de bedoeling heeft crowdfunding-websites te creëren, waardoor kleine beleggers kunnen participeren in beginnende ondernemingen.

We hebben het toppunt van deze 'economische insluiting' nog niet bereikt. Er zijn honderden andere mogelijkheden, zoals betere informatie voor beleggers en betere financiële adviezen, flexibeler hypotheken, betere vormen van securitisatie, meer verzekeringen voor een breder scala aan levensrisico's, en een beter beheer van carrièrerisico's. Veel meer vooruitgang op het gebied van samenhangende publieke markten voor 'futures' en derivaten zou helpen, evenals beleid dat erop is gericht de opkomende economieën te stimuleren meer te gaan participeren in de Amerikaanse economie. (De metafoor van de 'insluiting' heeft een mondiale dimensie; als Obama hem al eerder zou hebben gebruikt, was zijn economisch beleid misschien minder protectionistisch geweest.)

De juiste metafoor zou een aantal van deze of soortgelijke ideeën tot een visie op de Amerikaanse toekomst kunnen vormen die, net als de New Deal, aan samenhang zou winnen naarmate zij werkelijkheid zou worden. Op 29 januari zal Obama zijn eerste State of the Union-rede houden van zijn tweede termijn. Hij moet nadenken over manieren om – op levendige en dwingende wijze – uitdrukking te geven aan de beginselen die tot nu toe ten grondslag hebben gelegen aan zijn keuzes, en die een route uitstippelen voor de toekomst van Amerika.

Vertaling: Menno Grootveld