8

Het veiligstellen van het recht van de zee

TOKYO – Japan is in een betere positie dan ooit te voren om een grotere en meer proactieve rol te spelen in het verzekeren van vrede in Azië en de wereld. We genieten de expliciete en enthousiaste steun van onze bondgenoten en andere bevriende landen, inclusief elke lidstaat van de ASEAN en de Verenigde Staten, Australië, India, het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, en anderen. Ieder van hun weet dat Japan staat voor de rechtsstaat; voor Azië en voor alle volkeren.

Wij staan hierin niet alleen. In de meeste Aziatisch-Pacifische landen heeft economische groei de vrijheid van gedachten en religie gevoed, zowel als meer aansprakelijke en reactieve politieke systemen. Alhoewel de snelheid van zulke veranderingen van land tot land verschilt, heeft het idee van de rechtsstaat wortel geschoten. En dat betekent dat de politieke leiders uit de regio respect voor het internationaal recht moeten verzekeren.

Deze noodzaak is nergens helderder dan op het gebied van het internationaal zeerecht. De Aziatisch-Pacifische regio heeft een enorme economische groei verwezenlijkt in één enkele generatie. Helaas gaat een groot en relatief disproportioneel gedeelte van de vruchten van die groei naar militaire expansie. De bronnen van instabiliteit zijn niet alleen de dreiging van massavernietigingswapens, maar ook –en meer direct- pogingen om de territoriale status quo te veranderen door middel van geweld of dwang. En deze pogingen vinden grotendeels op zee plaats.

Onlangs herbevestigden president Barack Obama van de VS en ik wederzijds de alliantie van onze landen als de hoeksteen van de regionale vrede en veiligheid. Bovendien versterken de VS en Japan de trilaterale samenwerking met gelijkgestemde partners om de regionale en mondiale vrede en economische voorspoed te versterken. De Australische premier Tony Abbott en ik zijn al overeengekomen om precies dat te gaan doen.

De geschiedenis van het internationale zeerecht is lang en gaat terug tot het oude Griekenland. Tegen de Romeinse Tijd was de zee open voor iedereen, waarbij persoonlijk bezit en opdeling verboden was. Sinds de dageraad van de grote ontdekkingsreizen hebben grote aantallen mensen de zee overgevaren om een veelheid aan redenen en maritiem gebaseerde handel heeft ’s werelds regio’s verbonden. Vrijheid van de volle zee werd een grondbeginsel van de menselijke welvaart.

Het was geen specifiek land of groep die het internationaal zeerecht creëerde zoals het nu bestaat. Het is het product van de collectieve wijsheid van de mensheid, gecultiveerd over een zeer groot aantal jaren voor het welbevinden van allen. Vandaag de dag zijn veel van de voordelen voor de mensheid er afhankelijk van dat de zeeën van de Grote Oceaan tot de Indische Oceaan volledig open blijven.

Maar wat betekent dat precies? Als we de geest destilleren die we door de eeuwen heen in het internationaal recht hebben laten trekken en deze herformuleren als drie principes wordt het zeerecht een zaak van gezond verstand.

Ten eerste zouden staten hun claims moeten maken en verhelderen op basis van internationaal recht. Ten tweede zouden staten geen geweld of dwang moeten gebruiken om hun claims proberen te realiseren. En ten derde zouden staten moeten proberen om hun disputen op te lossen met vreedzame middelen. Al deze drie zeer eenvoudige, bijna vanzelfsprekende, principes moeten benadrukt worden, omdat alle regeringen in Azië en de Pacific ze rigoureus in ere moeten houden.

Neem Indonesië en de Filipijnen in overweging, landen wiens leiders vreedzaam de afbakening van hun overlappende exclusieve economische zones zijn overeengekomen. Op dezelfde manier steunt mijn regering krachtig de Filipijnse roep om een oplossing voor het territoriale geschil in de Zuid-Chinese Zee die waarlijk consistent is met de drie principes van het internationale zeerecht, precies zoals we de Vietnamese inspanningen steunen om conflicterende territoriale claims door middel van dialoog op te lossen.

Beter dan het proberen om veranderingen aan de status quo te consolideren door het opstapelen van het ene fait accompli met het andere zouden de regeringen in de regio een ferme belofte moeten maken om terug te keren naar de geest en voorzieningen van de Declaration on the Conduct of Parties in the South China Sea uit 2002 waar alle betrokken partijen eerder overeenkomst over bereikten. In de wereld van vandaag zouden landen niet bang moeten zijn dat dwang en bedreigingen in de plaats komen van regels en wetten. Ik hoop sterk dat de lidstaten van ASEAN en China spoedig een echt effectieve gedragscode voor de Zuid-Chinese Zee op kunnen stellen.

Japan en China hebben een overeenkomst die de toenmalige premier Wen Jiabao en ik in 2007 bereikten, gedurende mijn eerste termijn als premier. We engageerden ons om een maritiem en luchtcommunicatie mechanisme te creëren om onvoorziene incidenten, voortkomend uit oplopende spanningen en misrekeningen, tussen onze landen te voorkomen. Helaas is dit engagement niet vertaald in de invoering van zo’n mechanisme.

We verwelkomen geen gevaarlijke confrontaties door gevechtsvliegtuigen en schepen op zee. Wat Japan en China moeten uitwisselen zijn woorden. Moeten we elkaar niet ontmoeten aan de onderhandelingstafel, een glimlach en handdruk uitwisselen en gaan praten?

Ik geloof dat gevolg geven aan de overeenkomst uit 2007 de zaak van de vrede en stabiliteit in de gehele regio zou bevorderen. Maar ik weet ook dat het verzekeren van veiligheid op de lange termijn nog veel meer overeenkomsten zal vereisen, waarvan elke een cruciale draad is in een regiowijd web van vrijheid en voorspoed.

Vertaling Melle Trap