10

Arbeidstijdverkorting kan helpen de werkloosheid terug te dringen

BERKELEY – De Verenigde Staten worden vandaag geconfronteerd met een langetermijnwerkloosheid die zich sinds de jaren dertig niet meer heeft voorgedaan. Zo'n 40% van de werklozen zit al zes maanden of langer zonder baan. Voorzitter Ben Bernanke van de Federal Reserve (het federale stelsel van Amerikaanse centrale banken) heeft in een recente toespraak opgemerkt dat dit een veel hoger percentage is dan in welke andere recessie van na de Tweede Wereldoorlog dan ook.

Deze langetermijnwerkloosheid heeft zeer schadelijke gevolgen voor de mensen die erdoor worden getroffen. We weten dit dankzij een reeks zorgvuldige onderzoeken naar het probleem, uitgevoerd op het dieptepunt van de Grote Depressie in de jaren dertig.

Het beroemdste van deze onderzoeken, onder langdurig werklozen in New Haven, Connecticut, werd verricht door E. Wight Bakke, doctoraalstudent en daarna hoogleraar economie aan de universiteit van Yale. Aan de hand van participerende interviews, persoonlijke observaties, dagboeken en langlopende studies toonde Bakke aan hoe de langdurige werkloosheid ertoe leidde dat de bekwaamheid van de arbeiders afnam en het moeilijk voor hen was nieuwe vaardigheden te verwerven. De langdurig werklozen hadden ook last van een verscheidenheid aan lichamelijke en psychische problemen, waaronder demoralisatie, apathie en het gevoel sociaal geïsoleerd te zijn.

Voor degenen die het ongeluk hebben ermee te worden geconfronteerd, is langdurige werkloosheid – nu nog net zozeer als in de jaren dertig – een tragedie. En voor de samenleving in haar geheel bestaat het gevaar dat de productieve capaciteiten van een aanzienlijk deel van de beroepsbevolking zullen worden uitgehold.

Wat veel mensen echter niet weten is dat de Verenigde Staten er in de jaren dertig in veel grotere mate dan vandaag de dag in zijn geslaagd deze problemen te verzachten. In plaats van hun toevlucht te nemen tot ontslagen op grote schaal lieten bedrijven hun werknemers slechts een deel van de week werken. De gemiddelde werkweek in de industrie en de mijnbouw daalde van 45 uur in 1929 naar 35 uur in 1932. We weten dit dankzij een artikel dat mijn collega in Berkeley James Powell in 1986 schreef met – u raadt het nooit – Ben Bernanke.

Het werkloosheidscijfer van 24% op het dieptepunt van de Grote Depressie was geen pretje. Maar dat cijfer zou zelfs nog hoger zijn uitgevallen als de gemiddelde werkweek voor industriearbeiders op 45 uur was blijven staan. Door de werktijd met 20% te bekorten konden miljoenen werknemers hun baan behouden. Ze bleven een inkomen verdienen. Ze bleven zichzelf ontwikkelen. Ze mochten erop hopen dat ze ooit hogerop zouden komen.

Waarom was er in de jaren dertig zoveel arbeidstijdverkorting? Een van de redenen is dat de regering erop heeft aangedrongen. In zijn memoires schatte president Herbert Hoover dat misschien wel twee miljoen werknemers ontslag bespaard is gebleven als gevolg van zijn inspanningen om arbeidstijdverkorting te bepleiten.

In de tweede plaats werd deze trend gestimuleerd door wetgeving. De industriewetten van de New Deal stelden plafonds vast voor de werkweek van specifieke industrieën en werknemers. De Fair Labor Standards Act voorzag in financiële prikkels, door extra loon te eisen voor werknemers die lange uren moesten maken.

In de derde plaats bestonden er nog geen werkloosheidsuitkeringen. Iemand die vandaag de dag voor de keuze komt te staan om twintig uur per week te werken of een uitkering te krijgen, zal misschien voor het laatste kiezen. Maar in de jaren dertig was een twintigurige werkweek beter dan niets.

Uiteraard zijn de uitkeringen lang niet zo hoog als de salarissen die de werknemers voorheen genoten, waardoor hun aantrekkingskracht misschien toch niet zo groot is. Maar ook al ontmoedigen werkloosheidsuitkeringen de arbeidstijdverkorting niet, ze zouden zó kunnen worden gewijzigd dat ze die juist bevorderen. Werknemers met een deeltijdbaan zouden een aanvullende uitkering moeten kunnen krijgen. Zo'n programma zou zichzelf in ieder geval voor een deel financieren, doordat deze aanvullende uitkeringen worden gecompenseerd door een lagere werkloosheid (zodat minder mensen een volledige uitkering nodig hebben).

In feite kennen de Verenigde Staten al iets dat hierop lijkt: een programma dat 'Short-Time Compensation' heet. Werknemers kunnen een aanvullende uitkering krijgen op basis van het aantal uren dat zij inleveren als hun werkgever een goedgekeurd plan voor arbeidstijdverkorting indient, terwijl de federale overheid de staten compenseert voor een deel van de startkosten. Volgens de jongste telling zijn 24 staten begonnen hun werkloosheidsvoorzieningen aan te passen om te kunnen profiteren van deze maatregel.

Helaas beperken de financiële prikkels die de federale overheid biedt zich voornamelijk tot het helpen van staten om hun programma's bekend te maken en te automatiseren. En die programma's zijn op hun beurt weer te bescheiden van omvang om arbeidstijdverkorting aantrekkelijk te maken voor oudere werknemers met een redelijke kans om hun baan te behouden.

Andere landen zijn verder gegaan. In Duitsland vergoedt het Kurzarbeit-programma van de federale overheid bijvoorbeeld een aanzienlijk deel van het verschil, als het salaris van een werknemer door arbeidstijdverkorting met meer dan 10% daalt.

De Amerikaanse federale overheid zou dit voorbeeld kunnen volgen door de staten royaler te compenseren voor hun 'Short-Term Compensation'-programma's. Het onvermogen om dit voor elkaar te krijgen zorgt er niet alleen voor dat de werklozen nodeloos pijn moeten lijden, maar dreigt de Amerikaanse samenleving ook met langetermijnkosten op te zadelen.

Vertaling: Menno Grootveld