8

Obama veel effectiever dan Romney op het gebied van de werkgelegenheid

BERKELEY – De Verenigde Staten hebben zojuist het derde jaar van hun economisch herstel achter de rug, maar de werkloosheid blijft boven de 8% en er zijn zorgwekkende tekenen die op een groeivertraging duiden. Daarom is het geen verrassing dat het scheppen van nieuwe arbeidsplaatsen een belangrijk thema is geworden in de campagne voor de presidentsverkiezingen – of dat de kandidaten er heel verschillende ideeën op na houden over hoe ze de werkgelegenheid willen bevorderen.

Vorig najaar heeft president Barack Obama de 'American Jobs Act' (AJA) voorgesteld, een pakket ter waarde van $450 mrd aan begrotingsmaatregelen, bedoeld om de banengroei aan te jagen. De AJA kwam neer op ongeveer 3% van het bruto binnenlands product en zou in 2012 van kracht moeten worden. De wet zou de werkgelegenheid moeten bevorderen en het Amerikaanse herstel bescherming moeten bieden tegen mondiale tegenwind. Het grootste deel van de maatregelen werd in het verleden gesteund door beide grote partijen. Belastingverlagingen namen 56% van de totale kosten voor hun rekening, en het pakket zou worden betaald uit het langetermijnplan van president Obama voor het terugdringen van het begrotingstekort.

Diverse onafhankelijke economen hebben geconcludeerd dat het plan van Obama de arbeidsmarkt in 2012/'13 een forse steun in de rug zou geven. Twee van de meest gerespecteerde voorspellers van het land dachten dat de AJA in 2012 1,3 tot 1,9 miljoen banen zou opleveren, en ruim twee miljoen banen eind 2013. Het onafhankelijke Congressional Budget Office (CBO, het begrotingskantoor van het Congres) concludeerde eveneens dat het grootste deel van het beleid van de AJA zeer effectief zou zijn, gemeten naar het aantal banen dat in 2012-'13 zou worden geschapen per geïnvesteerde begrotingsdollar.

De AJA is ten prooi gevallen aan een eindeloze vertragingstactiek van de Republikeinen in de Senaat, en ook het door de Republikeinen gecontroleerde Huis van Afgevaardigden heeft ervoor gezorgd dat het wetsontwerp niet in stemming werd gebracht. Mitt Romney, de presidentskandidaat van de Republikeinen, heeft het plan aangevallen als 'louter stimulerend'; het zou 'een scheutje benzine gooien op de gloeiende kolen' van het herstel. Uiteindelijk heeft Obama, geruggesteund door opiniepeilingen waaruit een voorkeur voor zijn plan sprak, een gedeeltelijke goedkeuring van twee onderdelen van de AJA bewerkstelligd: een verlaging van de werknemerspremies met een derde (waar hij een verlaging met de helft had voorgesteld) en een uitbreiding van de werkloosheidsuitkeringen met ongeveer 60% van wat hij had aanbevolen.

Maar het Congres onthield zijn goedkeuring aan een verlaging van de werkgeverspremies met 50% – een belastingverlaging die veel Republikeinen in het verleden steunden en die hoog scoort op de effectiviteitsladder. Ook is het Congres niet akkoord gegaan met $30 mrd aan federale subsidies om individuele staten de kans te geven 135.000 leraren, politiemensen en brandweerlieden aan het werk te houden, ondanks krachtige steun van de kiezers. Zulke subsidies hebben de staten tussen 2009 en 2011, voor een totaalbedrag van $130 mrd, geholpen hun vitale diensten op peil te houden en de ambtenaren te betalen die deze diensten verzorgden.

Romney verzet zich tegen het ter beschikking stellen van méér federaal geld aan de staten, met het argument dat “het tijd is om te bezuinigen op de overheidsuitgaven en het Amerikaanse volk te helpen.” Maar onderwijzers, brandweerlieden en politiemensen zijn Amerikanen die andere Amerikanen helpen. De werkgelegenheid bij de overheid daalt sneller dan ooit sinds de jaren veertig en bevindt zich nu weer op het niveau van 2006. Als de werkgelegenheid bij de overheid de afgelopen drie jaar in hetzelfde tempo was gegroeid als de bevolking, zoals tijdens het presidentschap van George W. Bush, zou het werkloosheidscijfer eerder 7% dan 8,2% zijn geweest, dankzij ongeveer 800.000 extra banen.

Het Congres heeft ook niet ingestemd met de oproep van Obama om $90 mrd extra aan infrastructuur te besteden, wat ongeveer 400.000 banen zou hebben opgeleverd, ondanks het feit dat de Verenigde Staten op z'n minst voor  $1,1 bln aan niet-gefinancierde infrastructurele behoeften hebben. Bovendien leiden investeringen in de infrastructuur niet alleen tot méér arbeidsplaatsen op de kortere termijn, maar bevorderen zij ook de concurrentiekracht op de langere termijn.

Alles bij elkaar heeft het Congres minstens een miljoen banen op de onderhandelingstafel laten liggen, waardoor de werklozen de gijzelaars zijn geworden van de uitkomst van de verkiezingen in november.

In reactie op de aanhoudende druk van de media heeft Romney intussen zijn plannen onthuld voor het scheppen van nieuwe arbeidsplaatsen op de korte termijn. Die zijn niet overtuigend. Romney zegt dat hij ervoor wil zorgen dat de Verenigde Staten meer mensen aan het werk zetten in de energiesector. Maar hoewel de olie- en gasindustrie sinds 2007 aanzienlijk is gegroeid, werken er nog geen 200.000 mensen. Daarom zou zelfs een verdubbeling van de werkgelegenheid in deze sector op de korte termijn een verwaarloosbaar effect opleveren.

En hoewel Romney zegt dat hij nieuwe buitenlandse markten wil openen, heeft Obama dat juist al gedaan, door drie belangrijke handelsovereenkomsten goedgekeurd te krijgen en de federale steun te vergroten voor de Amerikaanse export, die bijna twee maal zo snel is gegroeid als tijdens het herstel van de recessie van 2001. Bovendien zou Romney's belofte om China, de op twee na grootste exportmarkt van Amerika, valutamanipulatie ten laste te leggen en tarieven in te stellen op de importen uit China vrijwel zeker tot vergelding leiden, waardoor de Amerikaanse export en werkgelegenheid zouden afkalven.

Romney zou ook 'Obamacare' intrekken – de uit 2010 daterende hervorming van de gezondheidszorg – omdat het “kleine bedrijven ervan weerhoudt werknemers in dienst te nemen.” Maar het bewijsmateriaal voor deze bewering is mager en anekdotisch. Uit een recent onderzoek is gebleken dat de meeste kleine bedrijven de hervorming steunen. De meeste bedrijven, groot en klein, voeren de ontoereikende vraag aan als de voornaamste reden dat ze geen nieuw personeel werven.

Ook is het onwaarschijnlijk dat Romney's belofte om onmiddellijke bezuinigingen van nog eens 5% door te voeren in de federale uitgaven de groei zal bevorderen, zoals hij beweert. Als een economie last heeft van een hoge werkloosheid en een zwakke vraag, hebben bezuinigingen een krimpend effect. Romney heeft dit onlangs ook toegegeven en erkend dat de zogenoemde 'fiscale klif' – het aflopen van de belastingverlagingen uit het tijdperk-Bush aan het eind van dit jaar, in samenhang met de grote bezuinigingen die nu al op stapel staan – de economie weer de recessie in zou duwen.

Tenslotte belooft Romney, bovenop een verlenging van de belastingverlagingen van Bush, een verlaging van 20% van de inkomstenbelasting en een aanzienlijke reductie van het tarief van de ondernemingsbelasting om bedrijven te stimuleren meer werknemers in dienst te nemen. Ondanks grote verlagingen van de inkomstenbelasting aan het begin van de regeringsperiode van president Bush was de banengroei tussen 2000 en 2007 echter slechts half zo hoog als in de voorgaande drie decennia.

Zelfs als de nieuwe belastingverlagingen van Romney op de lange termijn de investeringen en de groei zouden versterken (een twijfelachtige voorstelling van zaken, omdat dit afhankelijk is van de manier waarop ze worden gefinancierd), zou hun kortetermijneffect op de banenaanwas minimaal zijn. Ze zouden ook tot een aanzienlijk verlies aan inkomsten voor de overheid leiden. Deze verlagingen scoren slecht op de effectiviteitsschaal van het CBO.

De voorstellen van Obama om de werkgelegenheidsgroei aan te wakkeren zijn overtuigend, terwijl de voorstellen van Romney nauwelijks effect zouden sorteren – en de zaken er in sommige gevallen zelfs erger op zouden kunnen maken. De kiezers moeten het verschil weten.

Vertaling: Menno Grootveld