38

De grote tegenbeweging

NEW YORK – In de onmiddellijke nasleep van de mondiale financiële crisis van 2008 hield het succes van beleidsmakers om te vermijden dat de Grote Recessie in de Grote Depressie deel 2 veranderde de roep om protectionistische en naar binnen gerichte maatregelen binnen de perken. Maar nu is het grote verzet tegen de globalisering (en het vrijere verkeer van goederen, services, kapitaal, arbeid en technologie dat deze met zich meebracht) daar.

Dit nieuwe nationalisme neemt verschillende economische vormen aan: handelsbarrières, vermogensbescherming, reactie op directe buitenlandse investeringen, beleid dat binnenlandse werknemers en bedrijven bevoordeelt, anti-immigratie maatregelen, staatskapitalisme en nationalisme qua grondstoffen. Op politiek gebied zijn populistische, anti-globaliserings-, anti-immigratie en in sommige gevallen regelrecht racistische en antisemitische partijen in opkomst.

Deze krachten verafschuwen de alfabetsoep van supranationale gouvernementele organisaties (de EU, de VN, de WHO en het IMF bijvoorbeeld) die de globalisering nodig heeft. Zelfs het internet, de belichaming van de globalisering de laatste twintig jaar, loopt het risico gebalkaniseerd te worden omdat de meer autoritaire landen (inclusief China, Iran, Turkije en Rusland) de toegang tot sociale media willen beperken en de vrije meningsuiting willen bestrijden.

De belangrijkste oorzaken van deze trends zijn helder. Een bleek economisch herstel heeft een opening aan populistische partijen geboden die een protectionistisch beleid voorstaan, om buitenlandse handel en buitenlandse arbeiders de schuld te geven van de verlengde malaise. Voeg hierbij de stijging in inkomens- en welvaartsongelijkheid in de meeste landen en het is geen wonder dat de perceptie van een winner-takes-all economie die alleen maar elites bevoordeelt en het politieke systeem verstoort wijdverspreid is geworden. Tegenwoordig lijken zowel geavanceerde economieën (zoals de Verenigde Staten waar de onbeperkte financiering van gekozen functionarissen door financieel machtige zakenbelangen simpelweg een vorm van gelegaliseerde corruptie is) en opkomende markten (waar oligarchen vaak de economie en het politieke systeem domineren) slechts te opereren voor de happy few.

In contrast hiermee is er voor velen slechts sprake geweest van een trendmatige stagnatie, met een verminderde werkgelegenheid en stagnerende inkomens. De hieruit resulterende economische onzekerheid voor de arbeiders- en middenklasse is het meest acuut in Europa en de eurozone, waar in veel landen populistische partijen (vooral op de verre rechterflank) het beter deden dan het politieke midden in de Europese Parlementsverkiezingen van twee weken terug. Net zoals in de jaren dertig, toen de Grote Depressie zorgde voor de opkomst van autoritaire regeringen in Italië, Duitsland en Spanje, zou er nu een gelijksoortige trend gaande kunnen zijn.

Als de inkomens en werkgelegenheid niet snel zullen gaan groeien zouden populistische partijen in Europa op een nationaal niveau dichter bij de macht kunnen komen, waarbij anti-EU sentimenten het proces van de Europese economische en politieke integratie tegenhouden. Erger is dat de eurozone misschien weer in gevaar komt: sommige landen (het Verenigd Koninkrijk) zouden uit de EU kunnen stappen; anderen (het VK, Spanje en België) zouden uiteindelijk misschien uit elkaar kunnen vallen.

Zelfs in de VS kan de economische onzekerheid van een grote witte onderklasse die zich bedreigd voelt door immigratie en wereldhandel gezien worden in de groeiende invloed van extreem rechts en de Tea Party facties van de Republikeinen. Deze groepen worden gekarakteriseerd door economisch nativisme, anti-immigratie en protectionistische neigingen, religieus fanatisme en geopolitiek isolationisme.

Een variant van deze dynamiek kan gezien worden in Rusland en veel delen van Oost-Europa en Centraal- Azië waar de val van de Berlijnse Muur geen democratie, economische liberalisering en snelle groei van de productie bracht. In plaats hiervan zijn er voor het grootste gedeelte van de laatste 25 jaar nationalistische en autoritaire regimes aan de macht geweest die staatskapitalistische groeimodellen hebben gevolgd die slechts middelmatige economische prestaties verzekeren. In deze context kan de destabilisatie van Oekraïne door de Russische president Poetin niet los gezien worden van zijn droom om een ‘Euraziatische Unie’ te leiden, een slecht vermomde poging om de Sovjet-Unie te herscheppen.

In Azië beleeft het nationalisme ook een wederopstanding. Nieuwe leiders in China, Japan, Zuid-Korea en nu ook India zijn politieke nationalisten in regio’s waar de territoriale geschillen ernstig blijven en oude historische grieven welig tieren. Deze leiders (zowel als die in Thailand, Maleisië en Indonesië die in een zelfde nationalistische richting bewegen) moeten enorme uitdagingen qua structurele beleidshervorming adresseren als ze de dalende economische groei willen doen herleven en, in het geval van de opkomende markten, een ‘middeninkomensval’ willen vermijden. Economisch falen zou verdere nationalistische, xenofobe neigingen kunnen voeden en zelfs militaire conflicten kunnen veroorzaken.

Ondertussen blijft het Midden-Oosten een regio die wegzinkt in achteruitgang. De Arabische Lente (veroorzaakt door langzame groei, hoge jeugdwerkloosheid en wijdverspreide economische wanhoop) heeft plaats gemaakt voor een lange winter in Egypte en Libië, waar de alternatieven een terugkeer naar autoritaire krachtige leiders en politieke chaos zijn. In Syrië en Jemen is er burgeroorlog; Libanon en Irak zou een zelfde lot te wachten kunnen staan; Iran is zowel instabiel als een gevaar voor anderen en Afghanistan en Pakistan lijken steeds meer op failed states.

In al deze gevallen voeden economisch falen en een gebrek aan mogelijkheden en hoop voor de armen en jongeren politiek en religieus extremisme, afkeer van het Westen en in sommige gevallen regelrecht terrorisme.

In de jaren dertig gaf het falen om de Grote Depressie te voorkomen macht aan autoritaire regimes in Europa en Azië en dit leidde uiteindelijk tot de Tweede Wereldoorlog. Deze keer onderwerpt de schade veroorzaakt door de Grote Recessie de meeste geavanceerde economieën aan een voortdurende stagnatie en veroorzaakt grote structurele groei-uitdagingen voor de opkomende markten.

Dit is voor economisch en politiek nationalisme een ideale voedingsgrond om wortel te schieten en te groeien. Het huidige verzet tegen handel en globalisering moet gezien worden in de context van wat, zoals we uit ervaring weten, hierna zou kunnen komen.

Vertaling Melle Trap