9

Waar heeft India last van?

CAMBRIDGE – De recente ontwikkeling waarbij India macro-economisch uit de gunst is geraakt, is een betreurenswaardige gang van zaken. Nadat de Indiase economie vele jaren uitzonderlijk goed had gepresteerd, is de groei van het bruto binnenlands product (bbp) scherp gedaald. De productie zal dit jaar naar alle waarschijnlijkheid met minder dan 5% stijgen, tegen 6,8% in 2011 en 10,1% in 2010.

De hervormingen zijn tot stilstand gekomen, nu er sprake is van een diepgaande politieke verlamming. Alle belangrijke opkomende economieën worden geconfronteerd met een teruglopende externe vraag, maar de groeivertraging van India is verscherpt door een daling van de beleggingen die de weerspiegeling vormt van een vergaand gebrek aan richting in het beleid en een verlies aan ondernemersvertrouwen. Zelfs de voorspelling van het Internationale Monetaire Fonds (IMF) van een bescheiden verbetering in 2013 gaat ervan uit dat de overheid in staat zal zijn een reeks economische hervormingen nieuw leven in te blazen.

De recente apathie van India gaat gepaard met een opmerkelijke verschuiving in de mondiale opinie. Nog maar een paar jaar geleden was India bezig een reputatie te verwerven als een goede plek voor beleggingen. Staatshoofden vielen over elkaar heen om in Mumbai leiders uit het bedrijfsleven te kunnen ontmoeten, in de hoop de weg te plaveien voor een belangrijke uitbreiding van de handel en investeringen. Nu is hun belangstelling tanende, net als de macro-economische cijfers.

En toch zouden veranderingen die momenteel in de maak zijn het land weer op het goede spoor kunnen zetten. De bejaarde premier van India, Manmohan Singh, is zich onlangs bewust geworden van de wanhopige behoefte aan hernieuwd momentum. Economen in de hele wereld hebben enthousiast kennis genomen van de komst van Raghuram Rajan naar het ministerie van Financiën, als hoofdeconoom. Rajan is een geweldig wetenschappelijk onderzoeker, een briljant schrijver over de politieke economie en een vroegere hoofdeconoom van het IMF. Maar het is verre van duidelijk of Sonia Gandhi, voorzitter van de Congrespartij en de machtigste politicus van het land, de hervormingsagenda van Singh deelt.

Er vindt een herschikking van het kabinet plaats om jongere ministers een stapje hoger op de ladder te laten komen. Maar het  hele proces duidt op de voortzetting van een traditie, waarbij de meeste ministers worden benoemd op grond van hun loyaliteit aan de familie-Gandhi en niet zozeer op basis van hun verdiensten.

Helaas – voor een land dat zo arm is als India – kan louter aanhoudend snelle groei leiden tot duurzame ontwikkelingswinst. Het armoedepercentage van India (een cijfer dat zowel in theorie als in de praktijk moeilijk meetbaar is) is tussen 1981 en 2010 met de helft gedaald, naar krap 30% – een opmerkelijke prestatie. Maar het sneller groeiende Oost-Azië heeft aanzienlijk meer vooruitgang ervaren, waarbij het armoedecijfer in dezelfde periode van 77% naar 14% is gedaald.

Hoe is de vaart uit de Indiase groei geraakt? India heeft jarenlang geprofiteerd van de langetermijngevolgen van de economische liberalisering van begin jaren negentig. Destijds speelde Singh daar als minister van Financiën een centrale rol in. Hij kon rekenen op het IMF, dat echte invloed had op het beleid, dankzij de behoefte van India in 1991 aan een steunprogramma. Het IMF zorgde voor externe steun ter bestrijding van de grote binnenlandse obstakels voor hervormingen. Vandaag de dag is er echter geen extern tegengewicht tegen de binnenlandse politieke druk die tot het stilleggen van verdere liberaliseringen heeft geleid.

De Indiase regering moet nu de toenemende dreiging van een afwaardering van de hoge kredietstatus van het land onder ogen zien. De grote kredietbeoordelaars klagen steeds meer over het gebrek aan een goede groeistrategie en de uit de kluiten gewassen begrotingstekorten. Maar de gevolgen zijn beperkt gebleven door het vermogen van de autoriteiten om plaatselijke banken, verzekeringsmaatschappijen en pensioenfondsen met de schuldenlast op te zadelen.

Deze 'financiële repressie'-belasting voor binnenlandse spaarders blijft een grote, ondoorzichtige financieringsbron voor de met schulden overladen regering van India. Zij zorgt er tevens voor dat geld niet naar beleggingsprojecten van de particuliere sector wordt gesluisd, waar de rendementen veel hoger zijn dan wat de regering kan bieden.

Het goede nieuws is dat er vanuit economisch perspectief nog steeds genoeg mogelijkheden zijn om de groei weer aan te jagen. Hoewel India gelijk heeft als het land weigert de liberalisering van zijn financiële sector net zo ver door te voeren als de Verenigde Staten in de decennia vóór de recente crisis deden, kan het veel doen zonder buitensporige risico's te lopen, zoals blijkt uit het rapport van een commissie onder leiding van Rajan dat een paar jaar geleden verscheen.

De detailhandelssector is een grote bron van inefficiëntie, die in feite een grote belasting vormt voor de Indiase armen, door de prijzen op te drijven. In plaats van buitenlandse detailhandelsconcerns zoals Wal-Mart voor de rechter te dagen zou India manieren moeten vinden om hun hyper-efficiënte bedrijfsmodel te kopiëren en daarvan te profiteren. De infrastructuur verbetert langzaam, maar wegen, havens, en de drinkwater- en elektriciteitsvoorziening zijn in grote delen van het land nog steeds erbarmelijk.

De democratische regering van India kan uiteraard niet eenvoudigweg dwars door mensen en de al dan niet bebouwde omgeving bulldozeren om infrastructuur aan te leggen. Maar tot de obstakels behoren ook de advocaten van corrupte bureaucraten en politici – een enorm netwerk van verzet tegen hervormingen.

Sommigen betogen dat verlamming van de centrale overheid onvermijdelijk is in een democratie van 1,2 miljard mensen, en dat India alleen van nieuwe energie kan worden voorzien als er een lossere confederatie komt van de samenstellende (deel-)staten. Deze 'devolutie' zou de economisch succesvollere staten van hun knellende banden bevrijden. En door bestrijding van de cultuur van de afhankelijkheid in de economisch zwakkere staten, zouden de armere gebieden op den duur ook kunnen profiteren.

Hoe disfunctioneel een gedecentraliseerd Europa dezer dagen ook lijkt te zijn, India zou er baat bij kunnen hebben een paar stappen in deze richting te zetten, ook al probeert Europa zelf juist méér te centraliseren. 'Devolutie' klinkt misschien onrealistisch, maar dat gold ooit ook voor de Europese Unie. Als de nieuwe hervormingsagenda van Singh opnieuw wordt geblokkeerd, is het misschien tijd voor een radicale aanpak.

Vertaling: Menno Grootveld