57

De economie in ontkenning

PARIJS – In een uitbarsting van wanhoop, net voordat hij afscheid nam van het presidentschap van de Europese Centrale Bank, klaagde Jean-Claude Trichet dat “ik als beleidsmaker tijdens de crisis weinig heb gehad aan de beschikbare [economische en financiële] modellen. In feite zou ik nog een stap verder willen gaan: geconfronteerd met de crisis voelden we ons in de steek gelaten door de conventionele beleidsinstrumenten.”

Trichet deed een beroep op andere disciplines – de natuurkunde, de techniek, de psychologie en de biologie – om te helpen de verschijnselen te verklaren die hij had meegemaakt. Het was een opmerkelijk verzoek om hulp, en een ernstige aanklacht tegen de economie, om maar te zwijgen van al die ruim betaalde hoogleraren financiën op business schools van Harvard tot Hyderabad.

Tot nu toe is er betrekkelijk weinig hulp gekomen van de technici en natuurkundigen op wie Trichet zijn hoop had gevestigd, hoewel er wel enige respons is geweest. Robert May, een vooraanstaand deskundige op het gebied van klimaatverandering, heeft betoogd dat technieken uit zijn discipline kunnen helpen de ontwikkelingen op de financiële markten te verklaren. Epidemiologen hebben geopperd dat het onderzoek naar de manier waarop infectieziekten worden doorgegeven de ongebruikelijke patronen van financiële besmetting kunnen toelichten die we de afgelopen vijf jaar hebben gezien.

Dit is vruchtbaar terrein voor toekomstig onderzoek, maar hoe zit het met de kerndisciplines van de economie en de financiële wetenschappen zelf? Kan helemaal niets worden ondernomen om die bruikbaarder te maken voor het verklaren van de wereld zoals die is, in plaats van hoe die verondersteld wordt te zijn in hun gestileerde modellen?

George Soros heeft het Instituut voor Nieuw Economisch Denken van royale financiering voorzien. De Bank of England heeft ook geprobeerd de ontwikkeling van nieuwe ideeën te  bevorderen. De resultaten van een conferentie die de bank eerder dit jaar organiseerde zijn nu uitgegeven onder de provocatieve titel Wat is het nut van de economie?

Een paar aanbevelingen die op die conferentie naar voren werden gebracht zijn direct en concreet. Er moet in het onderwijs bijvoorbeeld meer aandacht worden geschonken aan de economische geschiedenis. We hebben allemaal goede redenen om dankbaar te zijn dat voorzitter Ben Bernanke van de US Federal Reserve, het federale stelsel van Amerikaanse centrale banken, een expert is op het terrein van de Grote Depressie en de slechte beleidsantwoorden van de autoriteiten daarop destijds. Als gevolg daarvan was hij bereid  onconventionele maatregelen te nemen toen de crisis uitbrak, en wist hij zijn collega's van de wijsheid daarvan te overtuigen.

Veel deelnemers aan de conferentie waren het erover eens dat het onderzoek van de economie in een bredere politieke context geplaatst moest worden, met een grotere nadruk op de rol van de instituties. Studenten zou ook enige nederigheid moeten worden bijgebracht. De modellen waaraan zij nog steeds worden blootgesteld hebben wel enige verklarende waarde, maar slechts binnen beperkte parameters. En de recente pijnlijke ervaringen hebben ons duidelijk gemaakt dat economische spelers zich niet altijd zo gedragen als de modellen veronderstellen.

Maar het is niet duidelijk dat een meerderheid van de beroepsgroep zelfs maar deze bescheiden voorstellen accepteert. De zogenoemde “Chicago School” heeft een krachtige verdediging opgeworpen van zijn op rationele verwachtingen gebaseerde aanpak en het idee afgewezen dat er opnieuw over zou moeten worden nagedacht. Nobelprijs-winnaar Robert Lucas heeft betoogd dat de crisis niet is voorspeld, omdat de economische theorie nu eenmaalvoorspelt dat dergelijke gebeurtenissen niet voorspeld kunnen worden. Alles is dus helemaal in orde.

En er is verontrustend bewijsmateriaal dat het nieuws over de crisis sommige economiefaculteiten nog niet heeft bereikt. Stephen King, hoofdeconoom bij de Britse bank HSBC, merkt op dat als hij aan recente afgestudeerden vraagt hoeveel tijd zij hebben besteed aan lezingen en seminars over de financiële crisis, “de meesten toegeven dat het onderwerp niet eens aan de orde is gesteld.” Volgens King “arriveren jonge economen in de financiële wereld met weinig of geen kennis van de manier waarop het financiële systeem opereert.”

Ik weet zeker dat ze bij HSBC een snelle leerschool vinden. (In de toekomst zullen ze vast ook veel te weten komen over de regels over het witwassen van geld). Maar het is deprimerend om te horen dat veel economiefaculteiten nog steeds weinig aandacht voor de crisis hebben. Dat komt niet doordat de studenten geen interesse tonen: ik geef les over de gevolgen van de crisis voor de financiële markten, en de belangstelling is overweldigend.

We moeten de aandacht echter niet uitsluitend op economen vestigen. De onderdelen van het conventionele intellectuele instrumentarium die het eerst aan herziening toe zijn, zijn waarschijnlijk het model waarmee de koersen van effecten worden vastgesteld en zijn naaste neef, de hypothese van de 'efficiënte markt.' Toch zien de voorstanders van dit model en deze theorie geen reden om ze aan te passen.

Integendeel, Eugene Fama van de Universiteit van Chicago heeft het idee dat de financiële theorie ernaast zat als 'een fantasie' afgedaan, en betoogd dat “de financiële markten en financiële instellingen eerder slachtoffers dan oorzaken van de recessie zijn geweest.” En de hypothese van de efficiënte markt die hij propageert kan al zeker niet de schuldige zijn, omdat “de meeste beleggingen worden gedaan door actieve managers die helemaal niet geloven dat de markten efficiënt zijn.”

Dit komt neer op wat we een op 'irrelevantie' gestoelde verdediging zouden kunnen noemen: financiële theoretici kunnen niet verantwoordelijk worden gehouden, omdat niemand in de echte wereld aandacht aan ze schenkt!

Gelukkig zijn er andere economen die wel graag relevant zijn. Zij zijn geschrokken van de gebeurtenissen van de afgelopen vijf jaar, toen prijsbewegingen waarvan de modellen voorspelden dat ze slechts eens in de miljoen jaar zouden voorkomen diverse malen binnen één week werden waargenomen. Zij werken er hard aan om te begrijpen hoe dat kon gebeuren en om nieuwe manieren te bedenken voor het meten en in kaart brengen van risico's, de voornaamste zorg van vele banken op dit moment.

Deze inspanningen zijn waarschijnlijk net zo belangrijk als de specifieke en gedetailleerde veranderingen in het toezicht waarover we zo veel horen. Onze benadering van het toezicht was in het verleden gebaseerd op de aanname dat de financiële markten grotendeels aan zichzelf konden worden overgelaten, en dat financiële instellingen en hun besturen in de beste positie verkeerden om risico's af te dekken en hun firma's te beschermen.

Deze veronderstellingen zijn door de crisis flink onderuit gehaald, waardoor een abrupte koersverandering heeft plaatsgevonden in de richting van een veel indringender regulering. Het inrichten van nieuwe en stabiele betrekkingen tussen de financiële autoriteiten en particuliere firma's zal vooral afhangen van een nieuwe uitwerking van onze intellectuele modellen. De Bank of England heeft dus gelijk met deze oproep om in actie te komen. Economen zouden er goed aan doen er gehoor aan te geven.

Vertaling: Menno Grootveld