9

Democratie versus de eurozone

BRUSSEL – De Europese Unie is een vrijwillige quasi-federatie van soevereine en democratische staten, waar verkiezingen ertoe doen en ieder land probeert zijn eigen lot te bepalen, ongeacht de wensen van zijn partners. Maar het zou iedereen nu toch ook wel duidelijk moeten zijn dat de eurozone ontworpen is met een heel andere institutionele inrichting in het achterhoofd. Dit verschil tussen theorie en praktijk is een van de belangrijkste oorzaken van de huidige crisis van de monetaire unie gebleken.

Vorig jaar oktober stelde de toenmalige Griekse premier Georgios Papandreou voor een referendum te houden over het tweede steunpakket voor Griekenland, waarover zojuist overeenstemming was bereikt op de topconferentie van de Europese Unie in Brussel. Hij werd snel van zijn voornemen afgebracht door de Duitse bondskanselier Angela Merkel en de voormalige Franse president Nicolas Sarkozy, en de Grieken hebben er nooit over kunnen stemmen.

Maar nu, nog geen jaar later, vindt het referendum de facto alsnog plaats. In een unie van democratieën is het nu eenmaal onmogelijk soevereine landen te dwingen zich aan de regels te houden als hun burgers die niet meer accepteren.

Dit heeft vergaande gevolgen: al die geweldige plannen om een politieke unie te scheppen, ter ondersteuning van de euro met een gemeenschappelijk begrotingsbeleid, zullen niet werken zolang de lidstaten van de Europese Unie democratisch en soeverein blijven. Regeringen kunnen verdragen tekenen en plechtig beloven hun begrotingsbeleid ondergeschikt te zullen maken aan Europese regels (of, om preciezer te zijn, aan de wensen van Duitsland en de Europese Centrale Bank). Maar uiteindelijk blijft het 'volk' de echte soeverein, die ervoor kan kiezen de beloften van de regering te negeren en ieder aanpassingsprogramma van 'Brussel' te verwerpen.

In tegenstelling tot de Verenigde Staten kan de Europese Unie geen marshals sturen om afspraken af te dwingen of schulden te innen. Ieder land kan de Europese Unie – en dus de eurozone – verlaten als de vermeende last van zijn verplichtingen te zwaar wordt. Tot nu toe is altijd aangenomen dat de kosten van uittreding zó hoog zouden zijn, dat dit nooit serieus zouden worden overwogen. Maar dat is niet langer waar, althans niet voor Griekenland.

In bredere zin zijn de beloften van de EU nu betrekkelijk geworden, wat betekent dat gezamenlijk gegarandeerde euro-obligaties niet het ei van Columbus zullen zijn waarop sommigen hopen. Zolang de lidstaten volledig soeverein blijven, kan niemand de beleggers volledig geruststellen dat sommige staten in het geval van het uiteenvallen van de eurozone niet eenvoudigweg zullen weigeren te betalen, of tenminste zullen weigeren voor de anderen te betalen. Het is niet verrassend dat de obligaties die zijn uitgegeven door de Europese Financiële Stabiliteits Faciliteit (het noodfonds van de eurozone) worden verhandeld tegen een aanzienlijke premie ten opzichte van de Duitse schulden.

Bij alle varianten van de euro-obligaties is sprake van zogenaamd strenge voorwaarden. Landen die ze willen gebruiken moeten zich aan strikte begrotingsregels onderwerpen. Maar wie garandeert dat deze regels ook daadwerkelijk worden nageleefd? De overwinning van François Hollande op Nicholas Sarkozy bij de Franse presidentsverkiezingen toont aan dat een schijnbare consensus over de noodzaak van bezuinigingen snel kan afbrokkelen. Welke middelen staan de crediteurenlanden ter beschikking als de debiteurenlanden de meerderheid gaan vormen en besluiten de geldkraan open te draaien?

De onlangs overeengekomen maatregelen om de economische beleidscoördinatie in de eurozone te versterken (de zogenaamde 'six pack') impliceren in beginsel dat de Europese Commissie in dit soort zaken als arbiter moet optreden, en dat haar aanpassingsprogramma's formeel alleen ongedaan kunnen worden gemaakt door een twee derde meerderheid van de lidstaten. Maar het is onwaarschijnlijk dat de Commissie ooit in staat zal zijn haar visie aan een groot land op te leggen.

De ervaringen van Spanje zijn in dit opzicht leerzaam. Na de recente verkiezingen daar heeft de nieuwe regering van premier Mariano Rajoy aangekondigd zich niet gebonden te voelen door het aanpassingsprogramma dat door de vorige regering was overeengekomen. Rajoy werd prompt teruggefloten wegens de vorm van zijn aankondiging, maar de inhoud bleek juist te zijn: het aanpassingsprogramma van Spanje wordt nu versoepeld.

De werkelijkheid is dat de grotere lidstaten van de EU 'gelijker' zijn dan de andere. Dit is natuurlijk niet eerlijk, maar het onvermogen van de EU om haar wil op te leggen aan democratische landen zou ook wel eens goed kunnen zijn, omdat zelfs de Commissie feilbaar is.

De bredere boodschap die uitgaat van de uitslag van de verkiezingen in Griekenland en Frankrijk is dat de poging om een 'welwillende' dictatuur van de crediteuren op te leggen nu is beantwoord door een revolte van de debiteuren. De financiële markten hebben daarop zo sterk gereageerd, omdat beleggers inzien dat het woordje 'soeverein' in het begrip 'soevereine schuld' betrekking heeft op een electoraat dat eenvoudigweg kan beslissen om niet te betalen.

Dit is al het geval in Griekenland, maar het lot van de euro zal worden beslist in grotere, systemisch belangrijke landen als Italië en Spanje. Slechts uit vastberaden stappen van hun regeringen, gesteund door hun burgers, zal blijken of zij de onversneden steun van de rest van de eurozone verdienen. Op dit moment kan de gezamenlijke munt alleen nog hierdoor worden gered.

Vertaling: Menno Grootveld