Friday, April 25, 2014
Exit from comment view mode. Click to hide this space
4

Protectionisme ligt op de loer op de financiële markten

PARIS – De mondiale beleidsmakers feliciteren zichzelf regelmatig met het feit dat ze tijdens de financiële crisis die in 2008 is begonnen de beleidsfouten van de jaren dertig hebben weten te vermijden. Onder aanvoering van Ben Bernanke, de voorzitter van de Federal Reserve (het federale stelsel van Amerikaanse centrale banken), die als economisch historicus is gespecialiseerd in de Grote Depressie, hebben ze de ideeën van John Mynard Keynes omarmd, en het monetaire en fiscale beleid versoepeld om het ergste te voorkomen. We kampen nog steeds met de gevolgen daarvan voor de staatsbegrotingen, vooral in Europa, maar het is ook waar dat de wereld in 2008 niet tot stilstand is gekomen.

De monetaire verkrapping was niet de enige grote beleidsfout van de jaren dertig. Dat gold ook voor de vlucht in protectionisme, gesymboliseerd door de tariefsverhogingen van de Smoot-Harley-wet aan het begin van het decennium. Historici blijven de centrale rol in de rampspoed van die wet zelf in twijfel trekken, maar de daaropvolgende tarievenoorlog heeft de handel en de economische groei zeker geschaad, waardoor een slechte situatie alleen nog maar werd verergerd.

De hedendaagse beleidsmakers beweren graag dat ze er eveneens in zijn geslaagd de protectionistische neigingen de kop in te drukken, maar is dat wel waar? Ik verwacht op de korte termijn beslist geen tarievenoorlog, maar er zijn gevaarlijke signalen dat er problemen op de loer liggen.

De Doha-ronde van de onderhandelingen over de mondiale vrijhandel is afgebroken, en de Wereldhandelsorganisatie (WTO) kwijnt nu weg aan de oevers van het meer van Genève, onzeker over haar toekomst. Misschien was het onwaarschijnlijk dat de Doha-ronde onder de huidige omstandigheden veel had kunnen opleveren, maar de afwezigheid van iedere verdere dialoog over de wereldhandel – al was het maar als nuttige veiligheidsklep – heeft de risico's verhoogd. Als mensen aan het praten zijn, zullen ze immers minder snel overhaaste beslissingen nemen.

Op financieel gebied zijn er veel tekenen die wijzen op een wederopleving van een nationalistische aanpak van het toezicht op de (financiële) markten en het valutabeleid. De crisis heeft de zogenoemde 'Washington Consensus' ter discussie gesteld, die ervan uitging dat de wereld zich geleidelijk aan bewoog in de richting van een vrij kapitaalverkeer en door de markt bepaalde wisselkoersen.

Diverse landen – waaronder Brazilië, Zuid-Korea en Turkije – hebben nu verschillende soorten kapitaalcontroles ingesteld. Zelfs het Internationale Monetaire Fonds, dat heel lang de belichaming is geweest van de Washington Consensus, heeft erkend dat 'kapitaalcontroles onder bepaalde omstandigheden een legitiem onderdeel kunnen zijn van het instrumentarium voor de beheersing van kapitaalstromen.' Amerikaanse Congresleden zien de Chinezen als archetypische valutamanipulatoren, maar ook de Zwitsers hebben een stevige bovengrens opgelegd aan de waardestijging van de frank.

Deze vroege tekenen van 'de-mondialisering' van de financiële markten hebben parallellen op het terrein van het bankieren. Een aantal van de grootste financiële instellingen ter wereld is zich in rap tempo aan het terugtrekken. Citibank en HSBC zijn verder gegaan dan de meeste andere banken bij het ontwikkelen van een wereldomspannend bedrijfsmodel. Je kunt tegenwoordig nauwelijks nog een vliegtuig instappen zonder eraan te worden herinnerd dat laatsgenoemde firma 'de lokale bank van de wereld' is. Maar in veel landen beëindigen beide banken nu hun activiteiten.

Op dezelfde manier wieden veel Europese banken nu grondig in hun buitenlandse werkzaamheden. De gevolgen zijn het meest in het oog springend op het gebied van de handelsfinanciering. Op dat vlak hebben Europese banken in Azië een grote rol gespeeld. Nu trekken ze zich snel terug van die markt, waardoor een zorgwekkend gat is ontstaan dat Aziatische banken proberen te vullen.

En er zit nog meer in het vat. Nu zij moeite hebben met het binnenhalen van nieuw kapitaal, zullen Europese banken en verzekeraars zich waarschijnlijk gedwongen zien buitenlandse bezittingen af te stoten.

Als dit eenvoudigweg een teken zou zijn van een nieuwe gerichtheid op een levensvatbare langetermijnstrategie zou het nog als een gunstige ontwikkeling kunnen worden beschouwd. Maar er zijn aanwijzingen dat dit proces het gevolg is van veranderingen op het terrein van het toezicht, en in sommige gevallen van protectionistische neigingen van de toezichthouders.

Het toezicht op financiële instellingen is nationaal georganiseerd: ze hebben te maken met een 'eigen' toezichthouder in het land waar ze zijn geregistreerd, en met een reeks andere toezichthouders in de landen waarin zij actief zijn. De 'eigen' toezichthouders en noodkredietverstrekkers (vooral centrale banken) maken zich steeds meer zorgen over hun eigen kwetsbaarheid voor de verliezen die 'hun' banken in het buitenland lijden. Zoals Mervyn King, de gouverneur van de Bank of England, terecht heeft opgemerkt, 'opereren banken tijdens hun leven mondiaal, maar blijken zij bij hun dood toch vaak nationaal te zijn.' Met andere woorden, de nationale autoriteiten in het land van oorsprong mogen de rommel opruimen als het verkeerd gaat.

De buitenlandse toezichthouders maken zich ook steeds meer zorgen over de banken die in hun jurisdicties werkzaam zijn via filialen van het moederbedrijf, zonder dat er sprake is van lokaal kapitaal of van een lokale raad van commissarissen. Daarom dringen zij aan op het oprichten van volwaardige dochterondernemingen. Vanuit het perspectief van de banken betekent dit dat hun kapitaal in dat geval voor een deel zal vastliggen bij deze dochterondernemingen en niet meer optimaal kan worden ingezet in het netwerk. Daarom geven banken er soms de voorkeur aan zich terug te trekken.

Een bijzondere variant van dit verschijnsel is te zien in de Europese Unie. Op de gemeenchappelijke financiële markt mogen banken overal deposito's innen, zonder plaatselijke goedkeuring, als ze daartoe maar in enig Europees land gerechtigd zijn. Maar toen de IJslandse banken failliet gingen, moesten de Britse en Nederlandse autoriteiten de lokale depositohouders te hulp schieten. Nu ontmoedigen de toezichthouders dergelijke grensoverschrijdende activiteiten, wat leidt tot een proces dat bekendstaat onder de lelijke naam 'de-euroïsering.' We kunnen alleen maar hopen dat dit niet zal aanslaan.

Toezichthouders, die de risico's begrijpen van het bevorderen van de financiële 'de-mondialisering,' hebben gezocht naar betere manieren om eventuele faillissementen van grote, wereldwijd opererende banken in goede banen te leiden. Als de activiteiten van banken makkelijk kunnen worden afgewikkeld als de zaken verkeerd gaan, waarbij de verliezen gelijkmatig worden verdeeld, zullen de toezichthouders eerder geneigd zijn deze banken mondiaal te laten blijven opereren. Er wordt dus gewerkt aan de inrichting van een grensoverschrijdend raamwerk voor dit soort eventualiteiten. Maar het is niet eenvoudig zo'n structuur te bedenken, en Daniel Tarullo, een gouverneur van de Federal Reserve, heeft erkend dat een 'schone en alomvattende oplossing nog niet binnen handbereik ligt.'

Houdt dit alles nu een ernstige bedreiging in voor de mondialisering? Het behoedzame antwoord luidt dat het nog te vroeg is om dit te kunnen zeggen. Misschien zijn we slechts getuige van het wisselen van de wacht, en zullen HSBC en Citibank als mondiale spelers worden opgevolgd door het Chinese ICBC, het Braziliaanse Itau Unibanco of de Russische Sberbank.

Maar het zou ook kunnen dat we het begin meemaken van de wederopleving van een minder fraaie Keynesiaanse doctrine: 'ideeën, kennis en wetenschap …. zouden uit hoofde van hun aard internationaal moeten zijn. Maar laat goederen, als het redelijkerwijs mogelijk is, van plaatselijke herkomst zijn, en – bovenal – laat het kapitaalverkeer een nationale aangelegenheid zijn.'

Vertaling: Menno Grootveld

Exit from comment view mode. Click to hide this space
Hide Comments Hide Comments Read Comments (4)

Please login or register to post a comment

  1. CommentedZsolt Hermann

    I fully share Mr. Davies's concerns about protectionism and isolating policies, as there multiple signs of closing down on the financial and on the political arena as well.
    Especially as some major players are preparing for elections, almost all of them chose the populist and misguided approach of only concentrating on the "local front", "closing borders", promising "tougher approach" to "opponents, "tougher foreign policy", some countries clamp down on energy companies previously run by international cooperation, some countries openly oppose any relation to the EU, or want to get out of it and so on.
    Unfortunately none of the present active leaders have the necessary vision and bravery to rise above the usual reflex, instinctive reaction, and possibly they do not have the space to maneuver in the present structure to explain the public how much we are locked into this new global and integral world system, where each and every element is fully dependent on the other, thus instead of isolation, disconnection and protectionism only further integration can solve our problems.
    We have more and more evidence of this integral system, and its fundamental laws by several respected, and objective publications, as well as by the daily events of the deepening and unsolvable global crisis.
    Europe provides us with the best example, even the leaders feel that breaking up the Eurozone or the Union is the wrong decision, but they do not have the strength or belief to push for deeper integration that could truly save the cooperation.
    We need the widest possible educational approach to explain people the nature of our global system, and how much we need each other to succeed, how much only mutually working together are we capable of building a sustainable future.
    The public is ready for it since in truth we already live a physically, virtually interconnected, border-less life, as soon as the top players and the mass media gives up their own personal, selfish agendas and come to the table, we can start building our new system adapted to the 21st century.

  2. CommentedDanny Cooper

    In order to return Europe to adequate levels of growth new aggregate demand needs to be created. Therefore stimulus need to be created which will bypass the banking system and the credit markets which are stagnant. A solution to this is to modify the central bank so that it conducts monetary policy directly with the public not just the banking system. Heres a more detailed explanation of how this can be implemented: internationalmonetary.wordpress.com

  3. CommentedThomas Jestin

    Let's remember that tariff wars in the 1930s played a very minor role in the economic turmoil of the time.

    As William Bernstein wrote in his brillant book "A Spendid Exchange" : "Between 1929 and 1932, real GDP fell by 17% worlwide, and by 26% in the USA, but most economic historians now believe that only a minuscule part of that huge loss of both world GDP and the USA's GDP can be ascribed to the tariff wars."

    "A back-of-the-enveloppe calculation show that this must have been true. At time of Smoot-Halley's passage, trade volume accounted for only 9% of world economic output. Had all international trade been eliminated, and had no domestic use of the previously exported goods been found, world GDP would have fallen by the same amount, 9%. Beteen 1930 and 1933, worldwide trade volume fell off by one-third to one-half. Depending on how the falloff is measured, this computes to 3 to 5% of world GDP, and these losses were partially made up by more expensive domestic goods. Thus the damage done could not possibly have exceeded 1 or 2% of world GDP - nowehere near the 17% falloff seen during the Great Depression."

    "Even more impressively, the nations most dependent on trade did not suffer the most damage. For example, in Holland, trade accounted for 17% of GDP and yet its economy contracted by only 8% in those years. By contrast, trade constituted less tan 4% of the US' GDP, yet its economy contracted by 26% during the Depression. The inescapable conclusion : contrary to public perception, Smoot-Hawley did not cause, or even significantly deepen, the Great Depression."

    "Recently, economic historians have calculated that the tariff wars of the 1930s caused less than half of the falloff in world trade, the rest being due to the Great Depression itself, which decreased demand for trade products."

Featured