Friday, October 31, 2014
7

Laten de Amerikaanse multinationals de VS in de steek?

Op een recente conferentie in Washington, DC, heeft de voormalige Amerikaanse minister van Financiën Larry Summers gezegd dat Amerikaanse beleidsmakers zich beter kunnen richten op productieve activiteiten die in de Verenigde Staten plaatsvinden en werk bieden aan Amerikanen, dan op bedrijven die in de VS zijn geregistreerd, maar hun productie naar elders hebben verplaatst. Hij verwees naar onderzoek van de vroegere Amerikaanse minister van Arbeid Robert Reich, die – meer dan twintig jaar geleden – heeft gewaarschuwd dat de belangen van Amerikaanse multinationals, die hun productie naar het buitenland verplaatsten, botsten met die van het land zelf.

Het is makkelijk het met Summers en Reich eens te zijn dat het nationaal economisch beleid zich moet concentreren op de Amerikaanse concurrentiekracht in het algemeen en niet op het individuele welzijn van bepaalde ondernemingen. Maar het scherpe onderscheid dat zij aanbrengen tussen de economische belangen van het land en de belangen van Amerikaanse multinationale ondernemingen is misleidend.

In 2009, het jongste jaar waarvoor samenhangende cijfers beschikbaar zijn, waren er slechts 2226 Amerikaanse multinationals op een totaal van bijna dertig miljoen in de VS werkzame bedrijven. De Amerikaanse multinationals zijn meestal groot, kapitaalintensief, onderzoeksintensief en handelsintensief. Ze zijn verantwoordelijk voor een aanzienlijk en disproportioneel deel van de Amerikaanse economische activiteit.

In 2009 namen Amerikaanse mulinationals 23% van de toegevoegde waarde in de Amerikaanse particuliere (niet-bancaire) sector voor hun rekening, naast 30% van de kapitaalinvesteringen, 69% van de onderzoeks- en ontwikkelingsactiviteiten (Rampamp;D), 25% van de werknemerssalarissen, 20% van de werkgelegenheid, 51% van de export en 42% van de import. In dat jaar bedroeg het gemiddelde salaris van de 22,2 miljoen Amerikaanse werknemers, in dienst bij Amerikaanse multinationals, $68.118 – ongeveer 25% méér dan het gemiddelde voor de hele economie.

Net zo belangrijk is dat de Amerikaanse activiteiten van deze firma's tekenden voor 63% van hun mondiale omzet, 68% van hun mondiale werknemersbestand, 70% van hun mondiale kapitaalinvesteringen, 77% van hun totale werknemerssalarissen, en 84% van hun mondiale Rampamp;D. Het bijzonder hoge binnenlandse aandeel van de Rampamp;D en werknemerssalarissen duidt erop dat Amerikaanse multinationals hun goedbetaalde, onderzoeksintensieve activiteiten graag in de VS houden – goed nieuws voor de ervaren arbeidskrachten in Amerika en voor het vermogen van het land om zichzelf te vernieuwen.

Niettemin komen uit deze cijfers zorgwekkende trends naar voren. In de eerste plaats daalde het aandeel van de Amerikaanse multinationals op het gebied van de toegevoegde waarde, de kapitaalinvesteringen en de werkgelegenheid tussen 1999 en 2009, hoewel hun aandeel op het gebied van de particuliere Rampamp;D en werknemerssalarissen gelijk bleef. Bovendien groeiden hun exporten trager dan de totale export en hun importen sneller dan de totale import, en bewoog de multinationale sector als geheel zich van een netto handelsoverschot in 1999 naar een netto handelstekort in 2009.

In de tweede plaats zijn de Amerikaanse multinationals de afgelopen tien jaar in het buitenland harder gegroeid dan in de VS zelf. Als gevolg daarvan is het Amerikaanse aandeel in hun mondiale activiteiten tussen 1999 en 2009 met grofweg 7 à 8 procentpunt gedaald op het gebied van de toegevoegde waarde, kapitaalinvesteringen en werkgelegenheid, en met ongeveer 3 à 4 procentpunt op het gebied van de Rampamp;D en salarissen. Het slinkende binnenlandse aandeel van hun totale werknemersbestand – een aandeel dat in de jaren negentig eveneens met 4 procentpunt is afgenomen – heeft de zorgen aangewakkerd dat de multinationals banen hebben uitbesteed aan hun buitenlandse dochterondernemingen.

Maar de cijfers tonen een ingewikkelder beeld. Tussen 1999 en 2009 hebben Amerikaanse industriële multinationals hun Amerikaanse werknemersbestand met 2,1 miljoen mensen – ofwel  23,5% – teruggebracht, maar de werkgelegenheid bij hun buitenlandse dochterondernemingen met slechts 230.000 banen (5,3%) uitgebreid. Dat is niet genoeg om de veel grotere daling van de werkgelegenheid in de VS te verklaren.

Bovendien hebben Amerikaanse industriële bedrijven die geen multinationals zijn hun werknemersbestand in dezelfde periode met 3,3 miljoen mensen – ofwel 52% – zien afnemen. Uit steeds meer onderzoeken blijkt dat arbeidsbesparende technologische veranderingen en het op contractbasis uitbesteden van werk aan buitenlandse producenten belangrijke factoren waren achter de aanzienlijke, voor de conjunctuur gecorrigeerde terugloop van de Amerikaanse werkgelegenheid in de industrie, van zowel multinationals als andere Amerikaanse bedrijven, na de eeuwwisseling.

Dus hoewel Amerikaanse multinationals misschien geen arbeidsplaatsen hebben verhuisd naar hun buitenlandse dochterondernemingen, hebben zij – net als andere Amerikaanse bedrijven – waarschijnlijk een groter deel van hun productie uitbesteed aan buitenlandse contractbedrijven waarin zij geen belang hebben. Het is mogelijk dat dat proces ook een aanzienlijke factor is geweest achter de toename van de importen van Amerikaanse multinationals met 84% en de stijging van de importen van de particuliere sector met 52%, die zich tussen 1999 en 2009 hebben voorgedaan.

Om de binnen- en buitenlandse werkgelegenheidsontwikkeling bij Amerikaanse multinationals te begrijpen, is het ook van belang naar de dienstensector te kijken. En daar zeggen de cijfers iets anders. Tussen 1999 en 2009 is de werkgelegenheid bij buitenlandse dochterondernemingen van Amerikaanse multinationals gestegen met 2,8 miljoen mensen, ofwel 36,2%. Maar de industrie nam slechts 8% van deze stijging voor haar rekening, terwijl de dienstensector verantwoordelijk was voor het leeuwendeel. Bovendien hebben Amerikaanse multinationals in de dienstensector hun werknemersbestand in zowel binnen- als buitenland uitgebreid – met bijna 1,2 miljoen mensen in eigen land en ruim twee maal zoveel bij hun buitenlandse dochterondernemingen.

Sinds 2000 heeft de snelle groei op de opkomende markten de vraag van bedrijven en consumenten bevorderd naar vele diensten waarin Amerikaanse multinationals concurrerend zijn. Omdat voor veel van deze diensten rechtstreeks contact met de klant nodig is, hebben Amerikaanse multinationals hun buitenlandse werknemersbestand moeten uitbreiden om aan de vraag op deze markten te kunnen voldoen. Tegelijkertijd heeft de groeiende omzet in het buitenland van deze multinationals hun Amerikaanse werknemersbestand een steun in de rug gegeven als het gaat om activiteiten als reclame, ontwerp, Rampamp;D en management.

Uit eerder onderzoek is gebleken dat stijgingen van de werkgelegenheid bij de buitenlandse dochterondernemingen van Amerikaanse multinationals positief samenhangen met toenames van de werkgelegenheid bij hun Amerikaanse vestigingen: met andere woorden, werkgelegenheid in het buitenland is eerder een aanvulling op dan een vervanging van de werkgelegenheid in de VS zelf.

Feiten in plaats van indrukken moeten richting geven aan het beleid voor multinationals. En de feiten duiden erop dat – ondanks decennia van mondialisering – Amerikaanse multinationals aanzienlijke bijdragen blijven leveren aan de Amerikaanse concurrentiekracht. Bovendien verwezenlijken ze het grootste deel van hun economische activiteiten in eigen land en niet in het buitenland. Waar beleidsmakers zich echt zorgen over zouden moeten maken, zijn de aanwijzingen dat de Verenigde Staten misschien hun concurrentiekracht kwijtraken als locatie voor deze activiteiten.

Hide Comments Hide Comments Read Comments (7)

Please login or register to post a comment

  1. CommentedMiguel de Arriba

    And multinationals do not relocate only in industrial as well as financial support for not paying taxes.
    Apple pays lower taxes in Ireland, Burger King, Starbucks and McDonald's avoid paying taxes through Swiss operations.

  2. CommentedMiguel de Arriba

    The author contradicts himself. On the one hand, citing numbers on the other hand, a summary that does not correspond with the information provided.

  3. CommentedProcyon Mukherjee

    That the competitiveness is sliding is out in the open with the slide of U.S. position to the 5th in the last Global Competitiveness Report. One of the striking features in this report is the link of public debt with competitiveness. Those nations with high public debt and with rising risks in the sovereign debt default area, the public spending on R&D and Technology innovation in those have dwindled; U.S. is no exception given this trend. U.S. multinationals is part of this challenge, but where they score more is in their ability to leverage financial capital to build efficiency walls that are less pregnable than the rest. Labor market efficiency and technology readiness is a laudable element, so the good things should not be ignored.

    Migration of jobs, that cannot be sustained by efficient deployment of capital and labor, is a given in the globalized world (of capital and labor), there is no need to single out U.S. Multinationals for that denouement.

    Procyon Mukherjee

  4. CommentedNikhil Sonnad

    It's not fair to begin this discussion at 1999. I suspect that this point is misleading:

    "From 1999 to 2009, US multinationals in manufacturing cut their US employment by 2.1 million, or 23.5%, but increased employment in their foreign subsidiaries by only 230,000 (5.3%) – not nearly enough to explain the much larger decline in their US employment."

    I don't have the figures at the ready, but I suspect that that figure would be much more dramatic over a period beginning in the mid-20th century. After all, globalization and "Made in China" were already thriving by 1999.

    I do not disagree with the central thesis of this argument. But I see no problem in admitting that multinationals are in fact abandoning America, and have been for a long time. While Americans may see that as a threat to their future, many in other parts of the world see it as a reason for hope and opportunity.

Featured