3

Een agenda voor Europa's vermoeide goochelaars

BRUSSEL – De Europese leiders zullen eind juni weer bijeenkomen. De vraag die ze deze keer moeten beantwoorden is niet of ze dit of dat land kunnen redden, maar of ze de eurozone in zijn geheel kunnen redden – zo niet de Europese Unie in haar huidige vorm.

Om te begrijpen waarom, hoeven we slechts naar de afgelopen twaalf maanden te kijken. In juli 2011 kwamen de Europese leiders een (beperkte) sanering van de Griekse schulden overeen, terwijl ze op hetzelfde moment de financiële steun sneller en goedkoper maakten.  Een jaar later balanceert Griekenland nog steeds op de rand van de afgrond.

Het hele najaar van 2011 hebben ze zich zorgen gemaakt over de stijging van de rente op Spaanse en Italiaanse staatsobligaties, totdat de Europese Centrale Bank uiteindelijk besloot de pijn te verlichten door op grote schaal liquiditeit aan de banken ter beschikking te stellen.  Maar ondanks het aantreden van nieuwe, hervormingsgezinde regeringen in Italië en Spanje bleek de opluchting van korte aard.

Vervolgens hebben ze in december een akkoord gesloten over een nieuw begrotingsverdrag, een robuustere financiële beschermingsconstructie en nieuwe middelen voor het Internationale Monetaire Fonds, zodat dit op grotere schaal zou kunnen ingrijpen. Maar aan het begin van het voorjaar naderde de rente op de staatsobligaties van Spanje en Italië opnieuw een onhoudbaar niveau.

Tenslotte besloten ze eerder deze maand 100 miljard euro uit te trekken om Spanje te helpen zijn noodlijdende banken te saneren. De reactie van de markten was dat de rente op Spaanse staatsobligaties nog verder de hoogte in ging.

In tegenstelling tot wat sommigen denken zijn de Europeanen het afgelopen jaar niet op hun handen blijven zitten. Maar ze zijn wel hun magische 'touch' kwijtgeraakt. Net als oudere goochelaars komen ze nog steeds met dezelfde trucjes die vroeger altijd indruk maakten, maar nu geen resultaat meer opleveren – of erger nog: contraproductief blijken. Intussen houdt de financiële versplintering binnen de eurozone aan; Spanje en in mindere mate Italië hebben te kampen met een schijnbaar niet te stoppen stijging van de leenkosten; en de politieke spanningen worden steeds zichtbaarder.

Eén topconferentie zal geen beslissingen opleveren die maanden van voorbereiding kosten. Maar de Europese leiders hebben niettemin een kans om indruk te maken en het tij te keren, vooropgesteld dat ze voldoende stoutmoedig, samenhangend en vooruitziend te werk gaan. Hier is een agenda van vijf punten.

1.   Aanvaard beperkte heronderhandelingen over het Griekse programma. De bom is niet onklaar gemaakt. Terwijl Griekenland twee verkiezingen beleefde, heeft de recessie zich verdiept en is het politiek handelen tot stilstand gekomen. Het programma van de Europese Unie en het IMF is uit koers geraakt, en er moet meer nadruk worden gelegd op de groei. De Europese Unie moet de bestaande overdrachten aan Griekenland stroomlijnen en versnellen, en helpen kapitaal te laten vloeien naar staatsbezittingen die op de nominatie staan om geprivatiseerd te worden.

2.   Maak afspraken over een plan om de risico's van de Spaanse banken te delen. Meer geld lenen aan de Spaanse regering, zodat zij de banken van het land kan herkapitaliseren, verhoogt de schuldenlast en schrikt de markten af, die bang zijn voor toekomstige schuldsaneringen. Het gebruik van het belastinggeld van de partnerlanden om de Spaanse banken te redden is economisch niet gerechtvaardigd en politiek onaanvaardbaar. In plaats daarvan zou Spanje de eerste verliezen moeten dragen, en het reddingsfonds van de eurozone, het Europees Stabiliteits Mechanisme (ESM), zou een steeds groter wordend deel van de risico's boven een bepaalde drempel voor zijn rekening moeten nemen (bijvoorbeeld 5 à 10% van het bruto binnenlands product).

3.   Stel een schema op voor een bankenunie. Een bankenunie – bestaande uit gezamenlijke depositoverzekeringen, toezichthouders en crisisbestrijdingsmechanismen – zou helpen de wederzijdse besmetting van banken en staten te voorkomen. Dat is de reden dat het idee op de recente topconferentie van de G-20 in Mexico werd ondersteund. Maar het is een ambitieuze onderneming die niet één, twee, drie kan worden verwezenlijkt. Als de Europese leiders willen laten zien dat zij dit idee serieus overwegen, moeten ze overeenkomen concrete discussies over cruciale parameters te beginnen en hun ministers een mandaat geven om tegen het najaar met resultaten te komen.

4.   Onderzoek de mogelijkheden van euro-obligaties. Financiële steun kan Spanje misschien helpen, maar Italië niet. Als de situatie van Italië zou verslechteren, zou een gedeelde verantwoordelijkheid voor de schulden uiteindelijk het enige alternatief zijn voor een grootschalig staatsbankroet. Maar hoewel de Europese Commissie plannen in deze richting heeft goedgekeurd, heeft er nooit een serieuze discussie plaatsgevonden over de voorwaarden en gevolgen. De Europese leiders kunnen in dit stadium niets beslissen, maar zij zouden een groep 'wijze mannen' (en vrouwen) de opdracht moeten geven de opties vóór het einde van de zomer door te nemen en er verslag over uit te brengen.

5.   Schep de voorwaarden voor macro-economische aanpassingen. Zuid-Europa heeft behoefte aan deflatie om de concurrentiekracht tegenover Noord-Europa te herstellen. Maar afgezien van het feit dat binnenlandse deflatie verschrikkelijk pijnlijk is, bedreigt zij ook de houdbaarheid van de publieke en particuliere schulden. Als het nominale inkomen lager uitvalt en de schuldenlast op hetzelfde niveau blijft, neemt de dreiging van een staatsbankroet noodzakelijkerwijs toe. Noord-Europa moet tijdelijk een iets hogere inflatie dulden, zolang de prijsstabiliteit in de eurozone als geheel gehandhaafd blijft.  Gelukkig hebben Duitse beleidsmakers aangegeven dat ze deze logica begrijpen. De Europese leiders moeten daar nu een consensus over bereiken.

Het belangrijkste is echter dat de leiders de politieke impasse doorbreken. Duitsland wil geen nauwere financiële solidariteit als die niet gepaard gaat met een nauwere politieke integratie. Frankrijk wil financiële solidariteit zonder nauwere politieke integratie. Beide kampen houden al minstens een kwart eeuw aan hun standpunten vast.

Het is tijd om de kloof te overbruggen. De perceptie dat Europeanen het eens kunnen worden over duistere details, maar niet over de essentie van de zaak, is een van de redenen dat de goochelaars van de euro hun 'touch' kwijtraken.

Vertaling: Menno Grootveld